het Theater Festival
do vr za zo ma di wo
08 09 10 11 12 13 14
15 16 17 18      

Stef Aerts en Thomas Verstraeten: ‘Wij kunnen elkaar goed doen dromen’

ma 12 sep 2022

Als ‘fijngeslepen juweel’ vol prikkelende beelden werd FC Bergmans The Sheep Song dit jaar geselecteerd voor Het TheaterFestival. Theatermakers en oer-Bergmannen Stef Aerts en Thomas Verstraeten vertellen over dat schaap onder de schapen, over grote verhalen en over de zoektocht naar het ultiem menselijke.

Lieselore Remans 

 

© Kurt Van der Elst

De theatertaal van FC Bergman is ondertussen een vaste waarde in het theaterlandschap: steeds vernieuwend, steeds overdonderend. Tijdens Het Theaterfestival kruipt acteur Jonas Vermeulen opnieuw in het schapenpak om zich er gaandeweg weer van te ontdoen. Stef Aerts en Thomas Verstraeten bedachten samen met de andere leden van het theatercollectief deze tocht. Zo krachtig de beeldenstorm op podium, zo gepassioneerd de woorden waarmee ze over hun producties spreken. 

De jury prijst The Sheep Song als een relaas van een schaap dat zo graag mens wil zijn.  Wat is volgens FC Bergman het summum van mens-zijn? 

Stef Aerts: ‘Die vraag is onmogelijk te beantwoorden. Dat maakt het ook des te schrijnender voor het schaap.’

Thomas Verstraeten: ‘Hij denkt dat hij gewoon wat vakjes moet afvinken: als ik rechtop kan lopen, als ik mij laat verbouwen, als ik banjo leer spelen…’

Is zijn transformatie dan ook geslaagd? 

Thomas: ‘Als mens zijn we zodanig geconditioneerd om te denken dat we de macht hebben om dingen te veranderen naar onze eigen mening en inzicht. Dat berust grotendeels op een illusie.’

Stef: ‘Het staat iedereen vrij om te proberen om een voorbestemming in eigen handen te nemen. Als die al bestaat, natuurlijk.’ 

Thomas: ‘Dat is heel ontroerend, maar niet makkelijk. We lijken daar niet voor ontworpen.’ 

Stef: ‘De voorstelling wil vertellen dat dat een spannende en interessante, maar ook heel pijnlijke tocht zal zijn. Dat is het mens-zijn an sich ook.’ 

Thomas: ‘De rode draad in ons werk gaat steeds over pogingen van mensen die iets ondernemen om zich te verhouden tot een ruimte, om komaf te maken met een angst.’

Ligt er ook een schoonheid in de poging van de theatermaker? Doorliepen jullie tijdens het creatieproces van The Sheep Song een dergelijke transformatie? 

Stef: ‘Er ontstaan tijdens het maakproces momenten, een zekere esthetische ervaring, wanneer de dingen samenvallen. Dan zien we wat we wilden vertellen op een onvoorziene manier. Af en toe maakt de voorstelling de maker overbodig. Sommige keuzes lijken zichzelf te maken.’ 

Thomas: ‘We hadden eerst nog een halfuur extra materiaal, met veel zijsporen en zijpersonages.’

Stef: ‘Pas op het moment dat we de repetitievloer betraden, beseften we: eigenlijk gaat het hier gewoon over dat schaap.’  

Hoe snel viel de keuze voor echte schapen? 

Stef: ‘Vanaf het begin. Dat was het uitgangspunt.’

Thomas: ‘Zeker in het beginstadium mag je niet te snel dingen van tafel vegen omdat ze eventueel niet zouden lukken. Bij zo’n creatieproces moet je naar elkaar luisteren en samen in een fantasie komen.’

 

‘Een schaap dat vertrekt uit de kudde en een tocht doormaakt om mens te worden, dat was onze elevator pitch.’ – Thomas Verstraeten

 

Stef: ‘Al is het niet zo dat we eerst freewheelen en dan pas gaan becijferen. Ondertussen hebben we geleerd wanneer we de praktische knop moeten aan- en uitzetten tijdens de conceptie.’

Thomas: ‘Dat is het bijzondere dat wij in mekaar teweegbrengen. Het aandurven om niet eerst aan de praktische kant te denken. Wij kunnen elkaar goed doen dromen. En dus gingen we iets doen met schapen.’

Iets met schapen? 

Thomas: ‘De volgende zin wisten we ook al: “Een schaap dat mens wil worden.” Een schaap dat vertrekt uit de kudde en een tocht doormaakt om mens te worden, dat was onze elevator pitch. (lacht)

Stef: ‘Dat uitgangspunt was eigenlijk een gesneuvelde scène uit een eerdere voorstelling, Het Land Nod. Daar zat een scène in met een lammetje. Het was bijna een katharsismoment toen het het decor werd binnengeleid. Dat was echt…’

Thomas: ‘Veel te goed. Dat was het probleem. Daar viel niets meer te doen. We konden inpakken.’ 

Stef: ‘Narratief gezien kon dat toen enkel aan het begin van de voorstelling. Maar alles wat erna kwam, was tevergeefs. Het punt was al gemaakt in minuut tien.’

Thomas: ‘We vonden het verschrikkelijk om dat bijzondere beeld te zien sneuvelen. En dus dachten we er maar een voorstelling rond te bouwen.’

Jullie voorstelling Van den vos werd omschreven als ‘een ode aan de Bourlaschouwburg’. Dat zou je ook kunnen zeggen over veel van jullie andere voorstellingen. Hoe gehecht zijn jullie ondertussen aan de theaterzaal ? 

Stef: ‘In het begin van onze carrière hebben we locatietheater intensief verkend en uitgebuit voor onszelf en daarin geprobeerd om grenzen te verleggen. Met de productie Van den vos zijn we binnengehaald bij Toneelhuis, waardoor we zowel de mogelijkheid als de goesting hadden om ook de beperkingen en de mogelijkheden van een theaterzaal te verkennen.’

Thomas: ‘Het is dus niet zo dat we een bepaalde strategie hebben om een werk per se voor binnen of buiten de zaal te maken. Wel is het makkelijker reizen met een zaalvoorstelling. En we hebben daar een voorkeur voor omdat dat elke keer bijzondere ontmoetingen met een nieuw publiek oplevert.’

Stef: ‘En dus gingen we op onderzoek uit. Wat als we eens met een podium werkten zoals het bedoeld is? Eerder dan de grenzen van het podium open te breken, wilden we kijken wat we konden doen met de regels en beperkingen zoals ze zijn opgesteld.’ 

Wat zijn de mogelijkheden en de beperkingen van een zaal bij The Sheep Song? 

Stef: ‘De klok in het midden van de zaal is misschien nog een toegeving aan onze oude poëtica, maar verder blijven we volledig op het podium. We spelen op een loopband en daardoor wordt alles tweedimensionaal. Enkel het begin en het einde maken gebruik van de volledige toneelruimte, maar de rest speelt zich af op een ruimte van twee meter diep. Die limitatie van ruimte wordt dan weer een onderwerp, heel de voorstelling lang wordt er naar ruimte en lucht gezocht.’ 

Die terugkeer naar theater valt ook heel letterlijk te begrijpen. The Sheep Song kent een overvloed aan theatrale referenties. Hoe snel ontstaan die beelden? 

Stef: ‘Dat beginidee heeft jaren liggen sudderen. Door de lockdown kregen we ineens tijd om te studeren. Eenmaal weer bijeen om de voorstelling te concipiëren, kwam iedereen met een stevige rugzak. Onze beeldbank was heel uitgebreid.’ 

Thomas: ‘Met zo’n rijk thema als metamorfosen ben je meteen vertrokken. Dierenfabels, Frankenstein, Ovidius, religieuze iconografie…’

Stef: ‘Op een bepaald moment moesten we onszelf bijna muilkorven tegen die overvloed.’

Tijdens zijn tocht komt het schaap in een therapiesessie voor transformanten terecht met Michael Jackson, Pinokkio, Kafka’s kever en Daphne. Zijn jullie bezig met de manier waarop het publiek al die beelden kan decoderen?

Stef: ‘Natuurlijk. De voorstelling is geen persoonlijk dagboek, maar communicatie met het publiek. We hopen alleszins dat het publiek die beelden eerder als een stroom over zich heen krijgt en de vrijheid kan en durft te nemen. Het zou spijtig zijn als het louter een kwestie van decoderen zou zijn. Uiteraard bedoelen we met elke frase en elk beeld wel iets, maar er moet geen code gekraakt worden. We zoeken een balans tussen directe communicatie en ruimte laten voor verbeelding en anticipatie.’  

 

© Kurt Van der Elst

 

Thomas: ‘Er zijn verschillende analyses verschenen die de nagel op de kop sloegen, soms ook wel op die van ons, maar het nagesprek is vaak iets bijzonders. Sommige mensen zijn heel hard bezig met wat ze zien en willen alles weten wat ze niet zagen.’ 

Stef: ‘Je zou het inderdaad ook gewoon kunnen zien als een catalogus van symboliek en westers tekenonderzoek. En daar kan je uiteraard ook een fijne avond mee hebben…’

Thomas: ‘Maar wij kaatsen de waarom-vraag liever terug. Onze eigen insteek mag dan wel heel specifiek en precies gekozen zijn, het is interessanter om over het geheel na te denken. Niets is zo vervelend als naar een voorstelling gaan kijken waarbij je je dom voelt.’ 

Stef: ‘We maken ons sterk dat de beeldtaal die we gebruiken breed genoeg gedragen wordt. Een soort van gemeenschappelijk archief van beelden waarmee iedereen voeling heeft.’ 

Een vaste aanwezige in dat gemeenschappelijk beeldarchief: de herder-muzikant.

Thomas: ‘We zochten naar een antagonist voor het schaap, iemand die hem begeleidt op zijn tocht. De bucolische herder met banjo verwijst naar oude iconografie, zoals Orfeus met zijn lier.’ 

Stef: ‘Hij verwijst ook naar de christelijke figuur van Jezus als inspirerende kracht die de kudde leidt. Het is bijzonder dat de herder, de persoon waarmee het schaap als eerste geconfronteerd wordt, iets kan wat dieren niet kunnen: muziek spelen, misschien wel het ultiem menselijke.’  

Thomas: ‘Tegelijkertijd voorziet onze herder, muzikant Frederik Leroux, de tocht van een soundtrack. Het is de hartslag van de voorstelling.’ 

In juni kwam dan het nieuws naar buiten: FC Bergman keert terug naar zijn roots.

Stef: ‘Door de nakende sluiting van de Bourlaschouwburg in 2024 omwille van renovatiewerken zijn we inderdaad genoodzaakt om weer op locatie te spelen. Na JR hebben we toevallig veel zaalvoorstellingen gemaakt, dus de balans zal zo weer min of meer hersteld worden.’ (lacht)

Thomas: ‘Die afwisseling heb je als maker niet altijd in de hand. Dikwijls begin je al aan een volgend project terwijl je nog met het vorige bezig bent. Onze voorstellingen werken met grootse gebaren, die vragen om meer voorbereiding, voor zowel de praktische regeling als voor de mensen met wie we werken. Soms moeten we daar wel tegen vechten, durven op de rem te staan om in het moment te leven en te werken. Idealiter is die tijdsspanne veel korter. We willen lang niet weten waarover het zal gaan.’  

 

‘De enormiteit van de wereld willen begrijpen heeft iets heel ontroerends.’ – Stef Aerts

 

Stef: ‘Dat is ergens ook wel een luxe waarin we bij Toneelhuis verkeren: dat we heel lang mogen niet weten wat we gaan doen.’

FC Bergman is daar nu ook co-artistieke leider.  

Thomas: ‘Onze rol in dat huis is volledig veranderd: wij zijn daar tien jaar geleden verwelkomd als gast en zijn nu mede verantwoordelijk voor het artistieke reilen en zeilen van het huis. Het is een heel andere insteek waar we toch nog wat aan moeten wennen.’

Nog vóór die terugkeer naar de roots trekt FC Bergman eerst naar de operazaal, voor een ander verhaal over een terugkeer. 

Stef: ‘In februari staan we inderdaad in de opera van Genève met het prachtige Il Ritorno d’Ulisse in patria van Claudio Monteverdi. Odysseus die na twintig jaar oorlog en omzwervingen huiswaarts keert en niet herkend wordt door zijn vrouw. Een heel dramatisch gegeven.’

Even dramatisch als een schaap dat niet meer herkend wordt door de rest van de kudde? 

Thomas: ‘Daar valt zeker een parallel te trekken. Odysseus komt als oorlogsveteraan shellshocked naar huis. Wat betekent de liefde die je ooit voor elkaar gevoeld hebt na twintig jaar. En kan je de draad weer oppikken?’

Stef: ‘Je ziet ons thematische stokpaardje: tijd. Het is ook onze voorliefde voor grote literaire meesterwerken die zich doortrekt. Na de Divina Commedia, De Toverberg, JR, de Bijbel en alle andere instituten komt daar nu de Odyssee bij. Een oer-Europees verhaal, maar dan door de operafilter van extreme gekunsteldheid.’

Thomas: ‘Bij vele opera’s is het narratief zeer dwingend, zelfs dichtgemetseld. Il Ritorno is ook een terugkeer naar de grote verhalen.’

Stef: ‘We pleiten voor het durven vertellen van grote verhalen, voor verhalen die durven het over alles te hebben, voor personages die een poging ondernemen om het leven en de menselijke relaties te vatten.’

Thomas: ‘En daarin mislukken.’

Stef: ‘De enormiteit van de wereld willen begrijpen heeft iets heel ontroerends.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

I agree to these terms.

Tags: , , , , ,