het Theater Festival
do vr za zo ma di wo
02 03 04 05 06 07 08
09 10 11 12      

State of the Youth – Anna Franziska Jäger & Nathan Ooms

vr 03 sep 2021

Op de openingsavond van het TheaterFestival spraken Anna Franziska Jäger en Nathan Ooms de State of the Youth uit. Een pleidooi voor vormonderzoek en verdieping in het theater, waarbij een creatieproces de tijd moet kunnen hebben die het vereist. Lees hieronder hun volledige speech.

(c) Tina Herbots

Ik verlies mijn aandacht. De hele tijd. Overal. Ik ben met iemand in gesprek maar kan mijn hoofd er niet bij houden. Ik praat met iemand maar ben op letterlijk hetzelfde moment ook met iemand anders aan het converseren, iemand die er niet is. Mijn ogen schieten alle kanten op, maar toch vooral naar beneden. Ik denk: nu zal ik echt waanzinnig worden. Ik drink liters koffie. Ik word zo zelfbewust dat ik geen enkele van mijn gedachten nog interessant vind. Ik hoor iemand zeggen: ‘de hel, dat ben ikzelf’. Ik ga een boek kopen omdat ik geen series meer kan kijken; dat kost te veel moeite, zelfs dat is al te veel informatie. Ik ben te afgeleid voor mijn eigen afleiding. Ik ben totaal overprikkeld. Ik ben te ongeduldig om te begrijpen hoe tijd werkt. Ik ben een soort crashtest-pop voor mijn eigen leven. Tsjing tsing bam bam. Wat een raar experiment voeren ze hier toch uit, wat een eigenaardige show. Kruimeltaart, ruïnes. Ik denk dit is waanzin, echt totale onzin. Niemand kan het zo stom bedenken. Ik zit niet op het internet, ik ben het internet. Hoe ben ik hier in hemelsnaam beland? Hoe geraak ik hier weg? Weg van wat? Waar was ik ook weer mee bezig? Waar hadden we het alweer over?

De collectieve dagdroom

We hadden het over ons verlangen naar kunst die toont wat het betekent om nu te leven. Kunst die niet actueel hoeft te zijn maar zich indirect afvraagt hoe het hedendaagse vandaag voelt, wat het betekent, hoe het ons als mens wezenlijk verandert. Kunst die een historische afstand creëert tot de eigen tijd, die ons helpt aandachtig te kijken naar onze wereld en onszelf. Wij houden van kunst die op een of andere manier het gevaar aangaat om ‘een groter geheel’ te proberen vatten, die de collectieve dagdroom van onze samenleving aan ons teruggeeft. Die een afschuwelijke, al te menselijke menselijkheid toont. Tot het ondraaglijk wordt. Kunst die de normaliteit als hallucinatie ontmaskert, die ons de vreemdheid van het al te bekende toont.

De show waar we het over willen hebben wordt duidelijk gekenmerkt door tegenstrijdige stemmingen. Mensen tonen zich voortdurend geschokt door talrijke gebeurtenissen in de wereld, maar ze blijven niettemin verveeld achter met hun geïsoleerde leven. Mensen zijn ambitieus in wat ze willen bereiken, maar cynisch over elke vorm van impact op de materiële realiteit. Mensen zijn sterk verbonden in allerlei digitale gemeenschappen, maar leven hun leven vanuit een individualistische ideologie. Dagelijks komt er zo’n hoeveelheid informatie op ons af dat iedereen onvermijdelijk op z’n eigen manier ‘out of touch’ is. Zoals Hito Steyerl schrijft: information comes as pain and not as power. Mensen zijn onvermoeibaar, ze verrijken zichzelf met allerlei technologieën, van drugs en medicatie tot self-care praktijken, maar ze zijn desondanks uitgeput, met een torenhoog aantal burn-outs en depressies tot gevolg. Het is een manier van samenleven waarbij werk en privé, zich steeds sterker vermengen tot een cocktail die niemand echt smaakt, maar iedereen toch blijft drinken. Ook in onze vrije tijd werken we ergens aan, dus houdt het werk nooit op. De Agenda – met hoofdletter A – fragmenteert de tijd in eenheden die moeten worden gemanaged. Multitasking is een manier van leven geworden. Het leven zelf lijkt een aaneenschakeling van afzonderlijke ‘projecten’: vrije tijd, sociale relaties, liefde…ze moeten een logica van rendement volgen. Wat levert het mij op? Communicatie moet zo efficiënt mogelijk verlopen, zonder misverstanden of frictie, best gestandaardiseerd. Noem het het verdwijnen van de geheimen, de afschaffing van het mysterie.

Artepreneurs

Hoe verhoudt de jonge generatie podiumkunstenaars zich tegenover dit alles? Het spijt ons, maar daar valt met weinig zekerheid iets over te zeggen. Nee, opnieuw, ik bedoel: er heerst evenveel onzekerheid over het verleden als het heden als over de toekomst, binnen de podiumkunsten maar ook daarbuiten. We zijn als generatie onthutst, verward, onzeker over wat het ‘nu’ is en hoe we ons daartegenover moeten positioneren: binnen of buiten het theater, met of zonder een canon, vanuit jezelf of vanuit de ander? We kunnen het ook omdraaien: wat verwachten jullie van ons, van de jeugd? Welke verandering willen jullie horen en zien? Welk nieuws zullen we jullie brengen? Zijn de ensembles en het repertoire terug? Iets over vergaande digitalisering en ontmenselijking? Is het allemaal vooral spel?

Ondertussen ploegt de jeugd in het podiumkunstenlandschap koppig verder. De oogst was haast opnieuw mislukt dit jaar, gelukkig hebben we allemaal geleerd om onszelf keer op keer opnieuw uit te vinden: we zijn de nieuwe totaalkunstenaars, interdisciplinaire multimediale ultra-supersonische ‘artepreneurs’, zoals ze dat zo graag hebben in Vlaanderen; soms uit artistieke noodzaak, in het gros van de gevallen uit financiële. We werken onder een niet aflatende tijdsdruk, de intervallen worden steeds korter, het vallen steeds langer en harder. We zijn de hele fucking tijd aan het produceren, het neemt ronduit groteske vormen aan. Activiteit, content en zichtbaarheid genereren kunnen na een tijd de plek van het kunstwerk zelf innemen. Ze noemen het niet voor niets aandachtseconomie, de ‘gig economy’. ‘Gig’ van eenmalig optreden maar ook van giga-teleurstellend. De snellere professionalisering van scholen helpt daarbij natuurlijk niet. Net afgestudeerd, na een kort maakproces al helemaal geen speelkansen, zullen we de boel dan maar omgooien: zelf uit het niks een toneelscholenfestival organiseren en iedereen daarmee het nakijken geven. Zullen we de boel dan maar omgooien: we spelen alles en iedereen kapot; dat wordt ons creatieproces.

(c) Tina Herbots

Korte creatieprocessen hebben voordelen; men gaat snel op de vloer, men wordt niet verlammend reflexief, volgt de eerste ideeën en impulsen. Maar het idee dat een kort maakproces meteen ook meer spontaniteit of meer onverwachte beslissingen met zich meebrengt, lijkt ons niet al te waarschijnlijk. We vermoeden dat je net veel sneller in automatismen en gewoontes vervalt. We voelen net steeds sterker dat spontaniteit en het onverwachte binnenlaten net veel tijd, werk maar vooral aandacht vraagt. Snelheid, de oppervlakte, de accumulaties van fragmenten, hybriditeit en refereren, de nevenschikking, simultaneïteit – ze domineren onze cultuur vandaag maar worden ook steeds vaker als dramaturgie of methode gebruikt in artistiek werk. Wij kunnen het weten. Het zijn strategieën die ook veel te bieden hebben: vrijheid van associatie en verbinding, interdisciplinariteit, relationaliteit.

Maar wat als we deze kenmerken bewust tegenover principes van een andere aard plaatsen, zoals verdieping, specificiteit, precisie, singulariteit, ambacht, virtuositeit, het rigoureuze? We vermoeden dat deze principes de mogelijkheid in zich dragen om weerstand te bieden aan de dominante cultuur van afleiding en onmiddellijke bevrediging. Ze zijn anti-opportunistisch, omdat ze niet alle richtingen tegelijk willen uitgaan, niet altijd alle opties willen openlaten, maar net dwingen tot het maken van keuzes, zonder vooraf te weten waarop uit te komen. Ze vragen om je over te geven aan het onbekende en vereisen tegelijkertijd aandacht en concentratie. Deze principes zijn voor ons als makers een aanleiding om tot een andere manier van werken te komen, die niet cynisch is, maar die een vorm van liefde als basis heeft. En met liefde bedoelen we: het verlangen om ergens dicht bij te zijn, in plaats van te werken vanuit aversie of verwerping.

Kunst is geen content

Als theatermakers willen we het medium waarin we werken uitdagen, we willen het frontaal aanschouwen. Bijvoorbeeld over hoe het zich verhoudt tot die digitale wereld die verandert wie we worden. Maar kunnen we in plaats van te focussen op het thematische, op allerlei belangwekkend topics of actua, ook bezig zijn met wat het theater als medium nog te vertellen heeft? Want het heeft heel wat te vertellen, en dat hoeft niet ‘meta’ te zijn. Theater vertelt over manieren van kijken en ervaren, zich uitdrukken, direct samenzijn met anderen, onderhandelen van aandacht en aan- en afwezigheid. Soms lijkt het theater, in een verlangen om relevant te zijn, hopeloos op zoek te gaan naar allerlei ‘onderwerpen’, allerlei acute linken met ‘de realiteit’. Maar het theater blijft altijd een realiteit, zelfs een uitvergrote vorm ervan, een verheviging van ‘het nu’. Daarmee bedoelen we niet dat het geen plek is voor representatie van de werkelijkheid, integendeel: iedere representatie is een potentieel verhevigde en vervormde realiteit.

Het potentieel voor revolutie in kunst zit in haar vorm. De Italiaanse filosoof Paolo Virno zei in een interview: “The form of the poem is like the form of a new public sphere, like the structure of a new idea. Looking for forms in the arts is like looking for new standards of what we may regard as society, power, and so on.” 

(c) Tina Herbots

Kunst is geen content, hoeft niet tot een post of een paar trefwoorden herleid te kunnen worden. Ze mag je het gevoel geven dat er iets is waar je geen grip op kunt krijgen, het hoeft niet transparant te zijn in wat het wilt. Hoe hard men ook wil begrijpen en controleren, elke kennis en elk weten creëert sowieso ook een vorm van niet-weten. In een cultuur van voortdurende overprikkeling, overproductie en exces wordt net de mogelijk verstorende zintuiglijke ervaring die kunst kan zijn geneutraliseerd, of beter, we worden ervan afgeleid. De zintuigen vlakken af, het sensuele verdwijnt.

We houden daarom van kunst die ons op een bepaalde manier opnieuw verleidt, uitnodigt en inviteert zonder te bedriegen. Die andere vormen van begrip aanspreken, die werkt met ervaring. Kunst hoeft geen ‘impact’ te hebben, moet niet efficiënt of ‘interessant’ zijn. Het is zoals criticus Dirk Lauwaert ooit schreef: “Interessant is het doodvonnis van de ervaring. Een interessante ervaring is een perverse contradictio in terminis. Een ervaring kan geen interestopbrengen. Een ervaring is niet functioneel, maar dwingend, verstorend, uitputtend, extreem. De ervaring is de manier waarop het onbekende – en dat is vandaag het ongepast banale, uiterst vanzelfsprekende, je uitdaagt.”

Live theatre is death, long live live theatre!

Als kunstvorm staat theater echter al even niet meer in het hart van de samenleving. Het religieus-rituele verdween, de burgerij en bezittende klasse richtten hun schouwburgen op, de architectuur richtte de blik, de zitjes hielden iedereen op z’n plek. Theater, fysieke aanwezigheid, representatie via live performance, is voor de meeste mensen vandaag, en het afgelopen jaar ook voor de ‘habituees’, steeds uitzonderlijker en steeds meer beïnvloed door andere manieren van kijken en ervaren.

Het lijkt steeds duidelijker dat het terrein van de podiumkunsten aan alle kanten onder druk staat; door digitalisering, precarisering, besparingen. De vraag die we opnieuw zouden willen stellen is: wat is er nu eigenlijk specifiek aan de podiumkunsten dat niet zomaar samenvalt met of kan opgaan in andere velden, beroepen en sferen? Wat betekent op een podium staan? Wat betekent ‘spelen’? Wat betekent de werkelijkheid ‘live’ representeren? Bestaat er nog een uniek domein van de podiumkunsten? Of is die veronderstelde autonomie problematisch en een illusie? Moeten we de podiumkunsten net meer laten verweven met andere domeinen? Podiumkunst kan politiek zijn, kan zich aan hedendaagse thema’s wagen, maar op welke wijze verzet het medium zich ook tegen een reductie tot die externe elementen? Willen we wel kunst maken? Moet er nog kunst gemaakt? We willen in ieder geval het belang benadrukken van een podiumkunst die de materiële mogelijkheden heeft om de vraag naar haar eigen wezen en potentialiteit te stellen.

Het is het moment om niemand minder dan Benny Claessens te citeren: “Theater should stop asking itself the question if it will survive. It should ask the question whether it is not already dead and when it is, why not be sexy zombies.” Wij antwoorden hem zodat hij het tot in Berlijn hoort: “Live theatre is death, long live live theatre! Wij geloven in theater als medium, in dat apparaat, die zwarte verdwijndoos genaamd ‘de black box’, omdat ze in deze hyper-gefragmenteerde en geïndividualiseerde tijd iets kan bieden dat steeds uitzonderlijker is: singleness of focus, onverdeelde en genadeloze aandacht. Zoals verliefden dat aan elkaar geven: ‘nu even dit en niets anders’, de afleiding verwerpen. Omdat theater het wezenlijk efemere van de dingen, het leven, wijzelf, tastbaar maakt, een vorm geeft.

Moed der wanhoop

Onlangs lazen we een kort artikel in de krant, over een bediende die aangesteld was bij een consultancybureau. Er stond beschreven hoe zij, na een loopbaan die tot dan toe zonder bijzonderheden was verlopen, uit het niets ophield met werken. Op elk verzoek van haar werkgever, antwoordde zij: “I would prefer not to”. Haar werkgever had geen idee wat met dit vreemde antwoord aan te vangen: haar attitude ontregelde iedere logica waar het bedrijf op draaide. “I would prefer not to” , zegt ze, met een ontregelende doelloosheid. Ze lijkt een personage dat volkomen onaangepast is aan dit leven, aan de rol die de samenleving haar heeft toebedeeld. Deze samenleving maakt wilde beloftes. Ze moedigt aan om buitensporig te leven maar de geleefde buitensporigheden zijn allesbehalve buitengewoon. “I would prefer not to”. Als afleiding de conditie is waarin maar vooral de voorwaarde waarop we leven en werken, dan willen wij er onaangepast aan zijn, blijven, worden. Niet om nooit meer afgeleid te zijn, maar om afgeleid te kunnen zijn op onze eigen voorwaarden, bijvoorbeeld die van het theater. Theater als verstorend vermaak, de tijd verdrijven om ze terug tot leven te wekken.

(c) Tina Herbots

En als we dan niet meer afgeleid zijn en weer weten waarover we het willen hebben en wat voor kunst we willen maken, dan willen we daarin lichtelijk obsessief zijn. Lichtelijk arrogant zelfs, als middel tegen impasse, overweldiging of apathie. Durven denken dat je het beter weet. Contradicties opzoeken. Je eigen gevoelens niet als de maat nemen voor de wereld. Een revolutie beginnen tegen jezelf, je eigen werk, je eigen kijken. Het beeld van onszelf vergeten. En rond dit soort denken niet onnodig veel theorie of identiteit bouwen. Vooral verantwoordelijkheid nemen voor je eigen verlangens. In een interview zei filmmaker Chantal Akerman ooit “je moet alleen doen waar je echt zin in hebt. Als je als toneelregisseur enkel zin hebt om Tsjechovs stukken te ensceneren, omdat je dat het mooiste vind van wat er ooit voor het toneel geschreven is, dan doe je dat toch.” Interviewer Eric de Kuyper zei daarover: “Zo eenvoudig ligt dat bij haar; zo gekompliceerd ook. Want zulke radikale keuzen maken veronderstelt een ongelooflijke moed – in een beroep dat al heel wat van deze deugd vergt – de moed der wanhoop”.

‘Dit zijn ongewone tijden’: het is een uitspraak van alle tijden. Toch lijkt ze vandaag met meer zekerheid te kloppen. Iets is veranderd, of aan het veranderen, we kunnen gewoon nog niet helemaal vatten hoe. Wij twijfelen als makers enerzijds nog tussen dit ‘nu’ willen vangen en er anderzijds niet aan overgeleverd zijn. Moeten we er ons van wegdraaien om plaats te maken voor andere vormen van bewustzijn en verbeeldingen? We willen in ieder geval de vrijheid durven nemen om werk te maken dat tegenstrijdig en inconsequent is, omdat onzekerheid is wat ons in staat stelt om verder te reiken dan wat we kennen.

Als de podiumkunst dan eindelijk haar materieel recht van bestaan heeft verworven, haar eigen wezen heeft bevraagd en potentieel heeft erkend, als de toeschouwer haar telefoon heeft weggelegd, de jonge makers hun internetbrein hebben afgezet, de onbekenden en verliefden elkaar eindelijk in de ogen durven kwijlen, dan zeggen we:

Wat als wij nog even blijven staan op de drempel, de overgang niet maken. Nog even vormeloos blijven, amorf, zoals onze tijd nu. Onkenbaar blijven, je niet laten kennen. In je waarheid staan, geen excuses. In verandering, in vrijheid staan. Dus ja, we vermoeden dat deze generatie onverschrokken is, omdat ze niet anders kan en wil. Voilà, ik denk dat de verwachtingen nu wel hoog genoeg staan, dat we kunnen beginnen. En dan is de tijd voorbij.

Anna Franziska Jäger & Nathan Ooms 

 

1 Steyerl, H. (2015, October). The Terror of Total Dasein | Hito Steyerl. DIS Magazine. http://dismagazine.com/discussion/78352/the-terror-of-total-dasein-hito-steyerl/

2 Lavaert, S. & Gielen, P. (2009, November 1). The Dismeasure of Art, An interview with Paolo Virno. www.onlineopen.org/the-dismeasure-of-art 

3 Lauwaert, D. (1996). artikels. De Gelaarsde Kat.

4 Claessens, B. (2021, juli 29). Artist Entrance: Benny Claessens. Etcetera. https://e-tcetera.be/artist-entrance-benny-claessens/

5 De Kuyper, E. (2016, January 20). Leren leven, het leven leren | Een inleiding op Chantal Akerman. Sabzian. https://www.sabzian.be/article/leren-leven-het-leven-leren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

I agree to these terms.

Tags: , ,