het Theater Festival

Jaha Koo over The History of Korean Western Theatre: ‘Hoe herstellen we het verleden? Dat is mijn vraag’

do 02 sep 2021

Met de voorstelling The History of Korean Western Theatre toont theatermaker Jaha Koo hoe het Zuid-Koreaanse theater de afgelopen honderd jaar bijna volledig is verwesterd. In een multimediale voorstelling loodst hij de toeschouwer langs vragen over vernietiging, culturele identiteit en het belang van herinneringen. ‘Ik vraag mij af wat er gebeurt met een land waarvan het collectieve geheugen is geamputeerd en vervalst.’

Mona Thijs

Leontien Allemeersch


Het is half tien ‘s avonds wanneer Jaha Koo glimlachend op mijn computerscherm verschijnt. Hij heeft net zijn twintig maanden oude baby, met wie hij samen in Gent woont, te slapen gelegd. ‘In de voorstelling blijf ik over hem spreken als zeven maanden oud’, zegt Jaha. ‘Anders moet ik de ondertitels steeds aanpassen.’

The History of Korean Western Theatre is het sluitstuk van zijn Hamartia trilogy, waarvan Lolling and rolling (2015) – over taalimperialisme – en Cuckoo (2019)over het effect van de Aziatische financiële crisis in 1997 op de Zuid-Koreaanse samenleving – ook deel zijn. Voor The History of Korean Western Theatre onderzoekt Jaha de verwestering van het Zuid-Koreaanse theater. De beslissing om daarover iets te maken, speelde al lang. In zijn opleiding theaterstudies in Seoel focuste tachtig procent van de lesinhoud op Europees en Amerikaans theater. Maar de echte doorslag kwam er in 2008, toen Jaha met zijn theaterklas een ceremonie in Seoel bezocht, ter ere van het honderdjarig bestaan van het Zuid-Koreaanse theater. Daar zag hij mannen met blonde pruiken en witte maquillage, die Shakespeare en Molière citeerden.  

  ‘Als je in Korea vraagt wat theater is, dan denkt niemand nog aan de oude Koreaanse theatertradities’, legt Jaha uit. ‘Dat waren meer performances dan klassiek theater, veel muzikaler, flexibeler. Het waren dansen of liederen, en ze werden niet op podia gespeeld, maar in de straat of op markten. In het begin van de twintigste eeuw woei er over grote delen van Azië een West-Europese golf van modernisering. Die golf heeft onze herinneringen weggespoeld.’

Pratende rijstkoker 


  Jaha’s kritiek op die overname van de westerse canon resulteerde in een voorstelling waarin hij beeld, tekst en zijn eigen muziek gebruikt. Op het podium wordt hij vergezeld door een grote origamipad en een rijstkoker, die door een hacker zo werd geprogrammeerd dat ze in haar typische hoge robotstem over zowat alles kan vertellen en zingen. ‘Ik vond mezelf geen professionele speler’, zegt Jaha, ‘dus ik had iets nodig om me te helpen. Als maker kan ik praten over mijn eigen verhaal, maar dankzij de voorwerpen gaat de performance over meer dan dat.’ 

  De rijstkoker gebruikte hij ook al in Cuckoo; het is een high pressure cooker, die rond 1997, het jaar van de Aziatische financiële crisis, op de markt kwam, en staat symbool voor de hoge druk die de Koreaanse samenleving ervaart. Het is een voorbeeld van hoe geen enkel element in The History of Korean Western Theatre zich één op één laat lezen. Alles is een open metafoor, een uitnodiging om zelf linken te leggen, om poëzie te zien. 

 

Berglandschap in zacht blauw

 

  Zo ook de tweede verhaallijn in de voorstelling: Jaha’s grootmoeder, bij wie hij opgroeide, kampt op haar manier met een vervagend verleden. Ze heeft dementie. ‘Ik wilde een antwoord op de vraag welke persoon mijn complexe culturele identiteit – die beïnvloed is door zowel Japan als China, door zowel Amerika en West-Europa als Zuid-Korea – het meest symboliseert. Dat is mijn oma. Daarom moet ik over haar praten in dit stuk. Zij verliest haar eigen herinneringen, dat is heel heftig, maar als kleinzoon probeer ik in haar plaats te herinneren.’ 

  Tegen de achtergrond van een virtueel berglandschap, in een zacht blauw, dat langzaam implodeert en dan weer groeit, speelt Jaha tijdens zijn voorstelling cassettes af, waarop zijn dementerende oma te horen is, die haar resterende herinneringen met hem deelt.

  In ons Skypegesprek wordt het stil. Jaha tilt zijn bril omhoog en wrijft met zijn wijsvinger in zijn oog. Hij heeft de achtergrond van zijn scherm geblurred, en het lijkt wel alsof we het vervagen nu niet langer op afstand kunnen houden. 

  Maar de familielijn in de voorstelling heeft nog andere, hoopvolle vertakkingen; de origamipad op scène staat symbool voor Jaha’s zoontje, de nieuwe generatie, de toekomst. ‘In Korea is de betekenis van een pad heel divers: het dier is het symbool voor een kind, voor moed, voor revolutie. Daarbij is de pad op scène geplooid in onze Koreaanse moderne origamistijl, die geïmporteerd is vanuit de Japanse cultuur. Als de geplooide pad symbool staat voor toekomst, kunnen we hem dan ontplooien, opdat het verleden weer zichtbaar wordt? Dat vroeg ik mij af. En als we hem ontplooien, hoe doen we dat dan? Hoe herstellen we het verleden?’

‘De West-Europese golf van modernisering heeft onze herinneringen weggespoeld.’

  Ik vraag Jaha hoe het voor hem voelt om The History of Korean Western Theatre in West-Europa te spelen. ‘Dat is eigenlijk mijn vraag aan jou’, zegt hij. ‘Hoe voel jij je als je mijn werk ziet? Zie je enkel mysterieuze, exotische dingen, of kan je jezelf betrekken in de discussie die gaat over de verwestering van Zuid-Korea, over kolonisatie, over het vergeten van een geschiedenis? Ik wacht op het moment dat ik geconfronteerd word met het antwoord.’ 

  Of er dingen zijn die hij bewust wil vergeten, vraag ik tot slot. Hij twijfelt. Na een stilte zegt hij: ‘Ik denk meer in herinneringen dan in dingen die ik wil vergeten.’

 

The History of Korean Western Theatre speelt op donderdag 2 september en vrijdag 3 september om 20u in De Studio

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Tags: , ,