het Theater Festival
ma di wo do vr za zo
      05 06 07 08
09 10 11 12 13 14 15

Welke Arabische toneelauteurs moeten we zeker kennen?

Vr 13 Sep 2019

In de westerse canon komen nauwelijks Arabische theaterteksten voor. Tot die vaststelling kwam Moussem, een organisatie die nieuwe teksten uit de Arabische wereld aan de canon wil toevoegen en daarover vandaag een namiddag organiseerde op het TheaterFestival. Tot nu toe publiceerde Moussem, in samenwerking met uitgeverij Bebuquin, vijf theaterteksten. We lichten twee namen uit die binnen enkele jaren misschien ook tot de canon behoren.

Emmanuel van der Beek

Moussem Nomadisch Kunstencentrum heeft als missie om de rijkdom van kunst te tonen uit de Arabische wereld en de Maghreb. Dat doet het niet alleen met Nederlandse vertalingen van theaterteksten, maar ook via residenties, coproducties met andere culturele instellingen en festivals rond de artistieke scène van steden uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Volgens Cees Vossen, programmator podiumkunsten bij Moussem, is een beter begrip van het theater noodzakelijk om de diverse maatschappij van vandaag te begrijpen. ‘De bronnen waar we ons nu op beroepen in het theater, volstaan niet meer om de wereld van vandaag te begrijpen. De bevolkingssamenstelling verandert, onze blik op de wereld wordt globaler. Theaterteksten geven bij uitstek een inzicht in die nieuwe sociale en maatschappelijke structuren.’

‘De theatercanon is een heel actueel thema’, gaat Vossen verder. ‘Meer en meer wordt gekeken naar hoe we die kunnen verbreden en uit welke hoeken en bronnen we stukken moeten spelen. In 2015 organiseerden we samen met Toneelhuis een festival, waarvoor we onze eerste tekst vertaald hebben, Rituelen, tekenen en veranderingen van Sa’d Allah Wannous. We kwamen tot de vaststelling dat het de eerste theatertekst geschreven in het Arabisch was die naar het Nederlands werd vertaald en uitgegeven. Verbijsterend. Toen hebben we beslist dat we meer teksten zouden vertalen en uitgeven.’

‘We merkten dat het Nederlandse taalgebied achterop loopt in vergelijking met andere Europese landen. De Fransen en de Engelsen hebben door hun koloniale geschiedenis een sterke band met Noord-Afrika. Wij hebben echter historisch gezien geen grote binding met de regio.’

Om die achterstand in te halen, vertaalt Moussem teksten van auteurs die ondertussen tot de Arabische canon behoren, zoals Sa’d Allah Wannous. Aan de andere kant worden ook jonge, hedendaagse auteurs, zoals Hala Moughanie vertaald. Wij presenteren hen graag aan u.

Sa’d Allah Wannous (1941-1997)

Sa’d Allah Wannous (1941-1997), een Syrische toneelschrijver, studeerde journalistiek in Caïro (Egypte) en werkte daarna als journalist voor de culturele bladzijden van verschillende Syrische en Libanese kranten. In de jaren 60 reisde hij naar Parijs om er theater te studeren.

Politieke conflicten spelen een belangrijke rol in het werk van veel Arabische auteurs, merkt Vossen op, ook bij Wannous. Enerzijds zorgde het militaire conflict tussen Libanon en Israël in 1967 dat pers en andere media geen vrije plek waren en onder toezicht staan van de overheid, waardoor theater een uitlaatklep werd om over deze conflicten te schrijven. Anderzijds leidde het trauma van de Israëlische invasie in Libanon van 1982 ertoe dat Wannous tien jaar niets publiceerde.

De teksten van Wannous worden wel eens omschreven als ‘politiserend theater’. Vossen: ‘Het is theater met een sterk emancipatorisch karakter. Het wil het publiek nieuwe inzichten geven op de actualiteit, nieuwe stemmen laten horen.’

Dat emancipatorische aspect komt duidelijk naar voren in Rituelen, tekenen en veranderingen, waarin de personages radicale transformaties ondergaan, tegen de heersende codes en taboes in. De gebeurtenissen spelen zich af in Damascus in de jaren 1880. Erwin Jans, die in Etcetera de stukken uitgegeven bij Moussem onder de loep neemt, herkent daarin een bekende strategie om aan de censuur van dictatoriale regimes te ontsnappen.

Fragment uit Rituelen, tekenen en veranderingen (Wannous)

HEILIGE GIDS: De weg is lang en proviand is er weinig.

ABDALLAH: Is dat mijn vader die ik hoor praten?

HEILIGE GIDS: Je vader heeft je geleid. Mij is opgedragen je nu als volgeling aan te nemen. Ik zal jouw gids zijn.

ABDALLAH: Ik heb mijn vrouw verstoten. Mijn leven ligt overhoop.

HEILIGE GIDS: Wat je verstoten hebt, zijn lust en zorgen. De beste soefi’s zijn de minst gehechte. Laat trouwen aan anderen over.

ABDALLAH: Als ik denk aan mijn lage aard, aan mijn slechte daden en mijn lelijke karaktereigenschappen, dan krimpt mijn ziel ineen en verlies ik alle hoop op Gods genade.

HEILIGE GIDS: Wees niet ongeduldig. Bedenk: alles heeft een begin.

ABDALLAH: Dat is juist het probleem. Waar moet ik beginnen, en hoe?

HEILIGE GIDS: Je begint met een naakt lichaam en een lege maag. Verscheur je kleding en bedek jezelf met lompen.

 

Hala Moughanie (1980)

Ook Hala Moughanie woonde een tijd in Parijs, waar ze filosofie en literatuur studeerde. Nu woont en werkt ze in Libanon. Net als het werk van Wannous getuigen haar stukken, die Vossem omschrijft als ‘heel stilistisch, soms bijna surreëel’, van een sterk politiek engagement.

Het conflict van juli 2006, waarin Libanon wederom tegenover Israël komt te staan, laat een diepe indruk na. Moughanie verdiept zich in internationale samenwerking en richt een eigen organisatie op, Madina, die Libanese instellingen wil helpen hun publieke werking te verbeteren.

In haar teksten graaft Moughanie in het geheugen van haar land, omdat geschiedschrijving over de opeenvolgende conflicten vaak ontbreekt. In Tais-toi et creuse (vertaald onder de titel Kop dicht en graven), haar eerste theatertekst, echoën het conflict van 2006 en de Libanese burgeroorlog die ze zelf als kind heeft meegemaakt. Het stuk toont een vader, een moeder en een zoon die in een vuilnisbelt zoeken naar wat nog bruikbaar is. Het stuk toont hoe dun het laagje menselijke waarden is, wanneer alles – ook mensen – handelswaar wordt.

Tais-toi et creuse kreeg in Frankrijk de Prix Theatre RFI. Momenteel werkt Moughanie aan haar derde theatertekst en aan haar eerste roman.

Fragment uit Kop dicht en graven (Moughanie)

Voor mij is de oorlog als een bom die me uiteengereten heeft, hier vanbinnen, en sindsdien zit er een gat in mijn buik. Het gat dat daar ligt, voor onze neus, heeft geluk. Het zit propvol. Het is tevreden met zijn vieze broeken, zijn plakkerige chocoladepapiertjes van tijdens de speeltijd, zijn gescheurde plasticzakken van de kruidenier, zijn rotte rundsdarmen. Maar het mijne, het gat in mijn eigen buik, dat is niet gevuld, nee. Ik ben een open gat dankzij die bom, die in mijn buik is
 afgegaan en me vanbinnen helemaal
door elkaar heeft gegooid. Dus ben ik dakloos in mezelf. Ik verschuil me in mijn eigen buik, gewoon om te kunnen zeggen dat er toch iets in mij zit. Alleen maar om te kunnen zeggen dat ik geen leeg gat ben, kruip ik weg in mijn binnenste.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

I agree to these terms.

Tags: , , ,