het Theater Festival
do vr za zo ma di wo
08 09 10 11 12 13 14
15 16 17 18      

Het Theater als negatieve ruimte

wo 31 aug 2016

Hoe kan het theater zich vandaag verhouden tot de publieke sfeer? Aan de hand van de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han formuleert Jana Tupivic een voorstel voor een hernieuwde visie op het theatergebouw en wat erin kan plaatsvinden: het theater als negatief van een overgepositiveerde samenleving. Michiel Vandevelde liet zich door deze tekst inspireren voor zijn voorstelling Anthithesis, the future of the image.

(c) Clara Hermans

 

Depressies, burn-outs, gevoelens van zinloosheid … In een wereld die gedomineerd wordt door een overvloed aan het positieve, hebben we steeds meer moeite om met negatieve gevoelens, ideeën en krachten om te gaan. Het gebod van het consumentisme zegt ons dat we positief moeten zijn en meer en beter moeten verlangen. Het resultaat is echter dat we onze eigen grenzen overschrijden. Om up-to-date te blijven met onze prestatiegerichte maatschappij verliezen we inzicht in de eigen limieten en ontstaat er het gevaar om in diepe dalen terecht te komen. In ons werk, in sociale relaties en in ons dagelijks leven worden we gevraagd te presteren en ons te onderscheiden van de anderen. We hebben alle kansen om onszelf te ontwikkelen en onze dromen (wiens dromen?) na te jagen, maar als we hierin niet slagen ligt de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij onszelf. Zij die falen worden veroordeeld tot de abnormaliteit, terwijl zij die succes hebben hoog worden aangeschreven. Bij de Oude Grieken was ambitie een ondeugd. Nu is het de norm.

Een soortgelijke analyse maakt de filosoof Byung-Chul Han in zijn essay ‘De terugkeer van de Eros’. In een interview met de opmerkelijke titel ‘De terreur van het positieve’[1] zegt hij onder andere het volgende: ‘Current society is dominated by a surplus of positivity, even in one’s own affective household. It seems negative feelings are an impediment to accelerating the process. The utmost in acceleration can be expected where the same answers to the same. Negativity slows down and prevents a chain reaction of sameness.’

Er zijn weinig domeinen waar de dominantie van het ‘positieve’ zich nog niet heeft genesteld. Ook het gebied van de kunst is er niet aan ontsnapt. Niettemin is het nooit te laat, de kunsten hebben het potentieel om een antipode te vormen van onze overgepositiveerde samenleving. Het theatergebouw, bij uitstek, heeft de mogelijkheid om te functioneren als een negatief contrapunt en zodoende een radicaal andere ruimte te bieden waar negativiteit niet wordt vermeden maar een volwaardige plaats krijgt. Het theatergebouw kan letterlijk worden beschouwd als negatieve ruimte (de black box) van de positieve ruimte rondom (de geprivatiseerde ruimte, het marktplein, winkelstraten). Zoals in de analoge fotografie elke foto ook een negatief heeft, zo kan het theatergebouw een plaats zijn voor de andere zijde van een maatschappij.

Waaruit bestaat die negatieve theaterruimte dan juist?

Ze bestaat uit dat wat niet conformeert aan onze verwachtingen. Uit zaken (objecten, woorden, bewegingen, beelden) die buiten onze wil en controle liggen. Het negatieve theater zou onze innerlijk negatieve zijde kunnen zijn. De zijde die we niet kennen, waarvan we niet weten dat ze deel uitmaakt van ons. Deze negatieve zijde van onszelf hoeft niet per se in verbinding te worden gebracht met onderbewuste of excessieve, libidinale krachten. De negatieve zijde heeft veeleer te maken met ideeën, gevoelens en gewaarwordingen waartegen we ons zouden verzetten in het dagelijkse leven, maar waarvan we ons tegelijkertijd bewust zijn dat ze een potentieel verlies zouden zijn als we er onszelf niet mee zouden confronteren. Het zijn dingen die we misschien opzij zouden zetten als nonsens maar die tegelijkertijd de mogelijkheid hebben om deuren te openen naar nieuwe domeinen van kennis en die een andere benadering van de werkelijkheid kunnen provoceren. Het zijn zaken waar we misschien ooit van droomden maar die we naar de achtergrond hebben verdrongen door ons leven in de hedendaagse prestatiemaatschappij.

‘Every time we open the pages of another piece of writing, we are embarked on a new adventure in which we become a new person.’ Dit statement van theoreticus Walker Gibson geeft goed weer wat ook het doel van het negatieve theater kan zijn. De transformatie van de eigen persoon moet hierbij niet als iets groots en levensveranderend worden geïnterpreteerd. Het moet eerder op kleine schaal worden begrepen: de transformatie gaat over het wrikken aan gedachten, dogma’s, theorieën en oordelen die iemand kan hebben. Dit kan nieuwe perspectieven op het leven openen: nieuwe vragen die nieuwe gedachten en nieuwe ideeën creëren. Een dergelijk proces wordt vaak gekenmerkt door het opgeven van bepaalde ideeën. Er vindt een innerlijke strijd plaats tussen voorheen vaststaande feiten en nieuwe argumenten die het eigen denken openbreken.

Het moge duidelijk zijn dat dit soort theater, het negatieve theater, dat amper voorkomt, niet veel succes zal hebben onder de huidige politieke, economische en sociale omstandigheden. Het benaderen van het theater als negatieve ruimte zal niet beschouwd worden als een goede ‘prestatie’. Het zal niet goed onthaald worden door kunstcritici die schrijven voor dagbladen en zich geconformeerd hebben aan de tirannie van de toegankelijkheid. De Franse filosoof Alain Badiou schrijft in zijn boek In Praise of Love[1]: ‘Risk and adventure must be reinvented against safety and comfort’. Zoveel is zeker: het negatieve theater zal geen comfort bieden, maar gaat voor engagement, kritisch denken en dat wat een risico inhoudt.

Jana Tupivic woont en werkt in Brussel en Parijs. Ze is stichtend lid van het recent opgerichte Disagree. magazine. Deze tekst maakt, in uitgebreidere vorm, deel uit van de eerste editie van Disagree. – a critical magazine on arts and society.

[1]  TOLLMANN, V. (2011). The terror of positivity. An Interview with the Philosopher and Media Theorist Byung-Chul Han. http://www.springerin.at/dyn/heft_text.php?textid=2533&lang=en

[2] BADIOU, A. & TRUONG, N. (2012). In Praise of Love. New York: News Press.

Tags: , , ,