het Theater Festival
ma di wo do vr za zo
      31 01 02 03
04 05 06 07 08 09 10

‘Een vriend van me zei: “Er moet meer intercultureel geneukt worden”‘

 

Er heerst een drukte van belang op straat. Een drilboor breekt de weg open, vrouwen met boodschappen komen luid kwebbelend voorbij, een groepje mannen staat op de hoek van de straat, ze drinken koffie en roken een sigaret. In gemeenschapscentrum De Vaartkapoen in Molenbeek is het al even druk. Daar wordt de laatste hand gelegd aan het decor van alleen, de solovoorstelling van Sara De Roo.

Xandry van den Besselaar

(c) Koen Broos

Actrice Sara De Roo van tg STAN speelde in 2015 een jaar lang niet. ‘Ik wilde de tijd nemen om me af te vragen waar ik nu eigenlijk naartoe wilde’. In hetzelfde jaar ontsproot de kiem van haar voorstelling alleen, die ze samen met de schrijver Fikry El Azzouzi uitwerkte. Ze wilde alléén iets maken én ze wilde een schrijfopdracht geven. Zo gezegd, zo gedaan. In haar zoektocht naar een schrijver ontdekte De Roo echter dat ze vooral blanke schrijvers in gedachte had. Schrijvers bovendien met wie ze al eerder had samengewerkt. Dat leidde tot een dilemma: ‘Ik dacht: ik kan wel heel hard roepen dat er meer diversiteit in het theaterlandschap moet komen, maar als ik er zelf iets aan wil doen, moet het gewoon nu! En dan kwam Fikry opeens door mijn plan wandelen.’ Die keuze was nochtans niet zo vanzelfsprekend voor Sara. ‘Ik heb heel lang gedacht: dat moet vanzelf gaan. Er komen vanzelf mensen met een diverse achtergrond van de toneelschool en die zullen in onze voorstellingen gaan meespelen. Want we gaan naar veel voorstellingen kijken! Maar dat blijkt niet zo te zijn. We zijn twintig jaar later nog niets opgeschoten! De tijd is op! Je kunt niet blijven zeggen: het zal wel komen. Zeker met het politieke klimaat dat harder wordt. Het is niet meer opportuun om te wachten. Je moet handelen. Je moet kleur kiezen. Je moet iets doen. Of toch in ieder geval proberen. Je nek uitsteken en risico nemen. En mislukt het, dan mislukt het! Nou… dat heeft geen haar gescheeld!’ (lacht)

De voorstelling alleen thematiseert niet alleen de culturele verschillen in een liefdesrelatie, maar evengoed het hobbelige maakproces tussen Fikry El Azzouzi als Belgische schrijver van Marokkaanse origine en Sara De Roo als blanke actrice bij een gevestigd Vlaams theatergezelschap. De Roo was aanvankelijk ontevreden over zijn tekst: ‘Mijn bezwaar tegen Fikry’s tekst was dat hij polariseerde. Dat hij de verschillen benadrukte, terwijl we met elkaar juist spraken over verbinden, niet uit elkaar trekken… Nu klink ik echt als de Bond Zonder Naam!’

 

‘Geen enkele keer heeft er een moslim in de zaal gezeten. Ook niet de beste vrienden van Fikry.’

 

Die artistieke, maar evenzeer interculturele worsteling kreeg vorm in de brieven die El Azzouzi en De Roo naar elkaar schreven, nadat ze de oorspronkelijke tekst opzij hadden geschoven. ‘Ik kreeg de tekst zeven weken voor de première. Dan had ik nog een maand om hem te bewerken en drie weken om te leren, dat moest mogelijk zijn. Ik vond de eerste tekst, dat zeg ik ook tijdens de voorstelling, te veel een roman. De tekst getuigt ervan dat er in twintig jaar geen vooruitgang is geboekt. En dat vond ik choquerend. Dat we het nog altijd over muntthee hebben. Is dat echt het enige? Terwijl Fikry dat voorbeeld juist gebruikt omdat die stigmatisering nog altijd aan de gang is.’

Het werd een intensief maakproces waarbij de schrijver en de actrice elkaar elke dag een brief stuurden. Die werden uiteindelijk cruciale onderdelen in de voorstelling. ‘Die brieven, ook al zijn ze misschien nog wel het meest provocerend, brengen er toch de nuance in. We schrijven vanuit ons perspectief: vanuit Fikry en Sara, vanuit de plek waar wij staan. Er is zelfs een moment geweest waarop we alleen de brieven wilden gebruiken en de fictie wilden weglaten. Na mijn kritiek op zijn tekst, stelde Fikry meteen voor om samen te schrijven. Hij zei: ”We beginnen opnieuw, maar jij schrijft mee”. Ik dacht natuurlijk: “Oh my god! Ik kan helemaal niet schrijven”. En al zeker niets wat ik zelf zou moeten zeggen! Maar toen we besloten dat we het verhaal niet meer gingen gebruiken, moesten die brieven ergens naartoe, die brieven moesten ergens over gaan. Ik voelde me niet beslagen genoeg om uitspraken te doen over de islam of over de politiek, de gemeenschap of het Westen. Ik raakte totaal vast! Ik ben op een gegeven moment gewoon gestopt met schrijven. Dat was het moeilijkste punt: ik had geen verhaal en die brieven gingen nergens naartoe. Daar waren we het trouwens niet over eens. Fikry vond wel dat die brieven ergens naartoe gingen. Die brieven van Fikry gingen natuurlijk ook wel een bepaalde richting uit, maar dan een richting die ik niet wilde, een totale meltdown van vertrouwen tussen de schrijver en de actrice. Hij schrijft op een bepaald punt: “De angst heeft gewonnen en is nu ererondjes aan het lopen”. Een soort doem­scenario om van achterover te vallen, ik wilde dat helemaal niet vertellen. Toch meer Bond Zonder Naam dan ik denk.’

(c) Koen Broos

Uiteindelijk hebben De Roo en El Azzouzi er een combinatie van gemaakt. ‘Ik moet wel zeggen dat die brieven geen echte brieven waren. We stuurden mails naar elkaar en voegden daar een bijlage bij. Die brieven zijn niet documentair. Het zijn geen dagboeken, eerder theaterbrieven. Ik herinner me nog heel goed de titel van Fikry’s eerste brief: “Ik ben niet kwaad”. Een hele heftige brief. Uiteindelijk heb ik óók echte mails gebruikt, omdat die nog een andere toon hadden. Onder andere een mail van scenograaf Jozef Wouters waarin hij me vroeg of ik dacht dat ik door samen te werken met Fikry een diverser publiek zou trekken. Of het genoeg zou zijn. Tja… Ik heb twee kinderen van een man die een paar kilometer verder is opgegroeid. Ik heb ooit een vriend horen zeggen: “Er moet meer intercultureel geneukt worden”. Dat is de enige manier. Op dat vlak kan ik mijn steentje helaas niet meer bijdragen.’

Toch blijft het lastig om nieuwe groepen in het theater te verwelkomen. ‘In al die keren dat ik heb gespeeld heeft er geen moslim in de zaal gezeten. Ook niet de beste vrienden van Fikry met wie ik ondertussen al aan de bar heb gehangen. Het is echt heel moeilijk om die wereld open te trekken!’ Dat probeert De Roo nochtans, onder andere door schoolvoorstellingen te spelen. ‘Freek Vielen zei naar aanleiding van Niets over schoolvoorstellingen dat iedereen op school nog samen zit. Je kunt tegen iedereen tegelijk spreken. Daarna kan dat niet meer. Als je gaat studeren worden die groepen gesegregeerd. Maar op school zit iedereen nog samen. Ik denk dat dat heel juist is. Ik ben heel benieuwd naar de schoolvoorstellingen. Fikry provoceert nogal, dus voor een groep middelbare scholieren met een diverse achtergrond spelen zal nog een ander paar mouwen zijn.’

‘Maar onze toenadering is wel gelukt want Fikry en ik zijn hier samen uitgekomen. Het blijft een zoektocht, maar het is een erkenning om op het TheaterFestival te mogen spelen. Dat het gezien wordt. En tegelijkertijd is het maar een heel kleine stap. Nu, een kleine anderhalf jaar verder, is het misschien alweer tijd om opnieuw initiatief te nemen…’

 

‘Alleen toeren is vooral moeilijk als je goed hebt gespeeld. Dan heb je niemand om mee te vieren.’

 

Het was lang geleden dat De Roo alleen op het podium stond. ‘Mijn laatste solo dateert volgens mij nog uit de vorige eeuw, uit de jaren ‘90. Ik vond het zeer onaangenaam om alleen te toeren, om avond na avond alleen voor die mensen te gaan staan. Ik vond het vooral moeilijk als het een goede avond was. Dan had je niemand om mee te vieren.’ Oorspronkelijk wilde De Roo voor alleen dan ook iemand mee op het podium nemen. ‘Ik had een souffleur in gedachten: Cas Enklaar, omdat hij de mooiste stem van Nederland heeft. Als ik mijn tekst kwijt zou zijn, hoorde ik die tenminste door de mooiste stem van Nederland. Dat vond ik echt een droom. Maar door het gesprek met scenograaf Jozef Wouters realiseerde ik me dat het alleen moest.’

De tijd was rijp er rijp voor. ‘Ik wilde zien wie ik nu ben. Ik heb alle beslissingen alleen genomen, ik heb de voorstelling alleen gemaakt. Ik had deze stap nodig voor mijn artistieke ontvoogding. Omdat ik na 25 jaar voorstellingen spelen in een ensemble soms het gevoel had dat het een olietanker werd. Zeker in de manier waarop we bij tg STAN werken: alle dromen liggen op tafel, alle twijfels. Er zijn zoveel meningen nodig voor je ergens naartoe kunt. Hoewel het spelen in een grote groep me een levensvreugde geeft die onevenaarbaar is. Jozef heeft in de scenografie de ruimte rond mij geplooid. Toen ik zijn ontwerp zag, realiseerde ik me dat van iemand anders geen sprake kon zijn. Ik moest het alleen doen.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags: , , ,