het Theater Festival
do vr za zo ma di wo
08 09 10 11 12 13 14
15 16 17 18      

Sadettin Kirmiziyüz over De Radicalisering van Sadettin K.

di 30 aug 2016

“Ik ben minder vergeeflijk geworden”

Theatermaker en acteur Sadettin Kirmiziyüz werd voor zijn voorstelling De Radicalisering van Sadettin K. genomineerd voor het TheaterFestival. De voorstelling vormt het laatste deel van zijn drieluik Hollandse Luchten, waarin hij een antwoord zoekt op de vraag: ‘Waar staan we nu in Nederland?’ De redactie ging met Sadettin in gesprek over de stand van zaken nu. – Xandry van den Besselaar     

De-radicalisering-03-%C2%A9-Sanne-Peper

(c) Sanne Peper

 

In de voorstelling De Radicalisering van Sadettin K. laat je de zelfrelativering die je vorige voorstellingen zo kenmerkten los. Hoe komt dat?

Sadettin Kirmiziyüz: Ik had het gevoel dat die zelfrelativering niet meer werkte. Daar moet ik misschien even wat bij vertellen… Ik had net een zoontje gekregen en op een bepaald moment stelde ik me voor dat hij me later zou vragen: “Papa, je had een platform als theatermaker, je was bezig met onderwerpen zoals identiteit, integratie en migratie. Maar wat heb je er eigenlijk echt mee gedaan?” Vanuit de angst dat mijn zoon mij over twintig jaar zou verwijten dat ik te weinig actie ondernam, besloot ik de opsmuk en het ‘pleasende’ uit mijn vorige voorstellingen weg te halen. De Radicalisering is harder en bozer. Het maakt me niet meer uit of de mensen het een goede voorstelling vinden of niet. Ik wil dat elk woord waar is. Ik spreek me veel meer uit in dit stuk en laat meer het achterste van mijn tong zien. Zo vertel ik bijvoorbeeld hoe ik als enige Turk op een witte school zat. Veel mensen dachten toen dat ze met mij konden lachen. Ik lachte ook om mezelf. Maar ik ben ondertussen gestopt om hier de spot mee te drijven. Tegenwoordig denk ik sneller: “Dat is een leuke mop die je mij vertelt. Maar laten we ook even naar de Turkse bakker om de hoek gaan en luisteren wat hij ervan vindt.” Ik ben minder vergeeflijk geworden. In al de voorstellingen die ik voorbije jaren maakte, trippelde ik altijd een beetje om het pijnpunt heen. Ik had het wel over bepaalde zaken maar nooit ging ik er met mijn duim op wrijven: “DIT IS ECHT NIET GOED”.

Waarom vermeed je dat in je vorige stukken?

Ik wilde niet moraliserend zijn. Ik wilde vooral dat het publiek dat zelf zou bedenken. Hoewel ik niet denk dat De Radicalisering wel moraliserend is: ik zeg nog altijd niet wat goed of fout is. 

Heeft deze voorstelling dan meer invloed op de toeschouwers?

Ja, dat denk ik wel. Ik hou het publiek een spiegel voor. Iedereen krijgt ervan langs. Het is de hand in eigen boezem steken. Niemand wordt gespaard. Ik ook niet. Mensen komen me vertellen: “Jij zegt wat we allemaal denken, maar niet durven zeggen”.

“Het personage Sadettin is in deze voorstelling veel meer de echte Sadettin dan in de voorstellingen ervoor”

Je wordt opeens overvallen door een onverklaarbaar verantwoordelijkheidsgevoel. Ik denk dat veel jonge ouders dit gevoel hebben: je plots zorgen beginnen maken over vragen waar je op voorhand niet mee bezig was. In wat voor wereld leven we? In welke toestand gaan we die wereld achterlaten? En hoe willen we dat de samenleving er over twintig à dertig jaar zal uitzien voor de volgende generatie?

Ik heb Nederland de afgelopen vijftien jaar snel zien veranderen. Het is allemaal veel harder geworden: er wordt meer geschreeuwd, de vrijheid van meningsuiting wordt vaak misbruikt om dingen te zeggen die vroeger niet toelaatbaar waren. Ik vind het een stuk onaangenamer dan pakweg tien of vijftien jaar geleden. Dat heeft veel redenen natuurlijk: 11 september en de nasleep daarvan, de polarisering in de samenleving, de toestand in het Midden-Oosten, de nasleep van de Arabische lente, de economische crisis en de vluchtelingenstroom.      

De-radicalisering-05-%C2%A9-Sanne-Peper

Zijn jouw voorstellingen voorgoed veranderd of is dit een eenmalige verharding in je discours?

De eerstvolgende voorstelling die ik zelf zal maken is in de zomer van 2017. Over een jaar pas. Dus dat kan ik nu moeilijk zeggen. Misschien dat ik tegen dan wat rustiger geworden ben (lacht). Ik weet niet of mijn werk militanter zal worden. Een half jaar geleden had ik hier waarschijnlijk ‘ja’ gezegd, maar nu weet ik het niet zo zeker.   

In een eerder interview zei je: “Ik ben me ervan bewust geworden dat alles wat ik doe invloed heeft op het leven van een ander”. Hoe beïnvloedt dit je werk?

Je gaat de dingen in een grotere context zien, binnen een bepaalde stroming of tijdsgewricht. Ik hoop dat mijn werk in het verlengstuk ligt van een maatschappelijk debat. Ik ben zeker bezig met wat er gebeurt in de samenleving en hoe ik in mijn theater daar op kan reageren. Het één is met het ander verbonden. Voor De Radicalisering hebben we bijvoorbeeld met geld van het fonds The Art of Impact een maatschappelijk project opgezet. Zo hebben we de website www.hoeradicaalbenjij.nl gemaakt met een quiz voor leerlingen die ook naar de voorstelling kwamen kijken. Dan heb je een grotere armslag dan als je bijvoorbeeld voor tachtig man in de kleine zaal van Frascati (Amsterdams kunstencentrum, red.) speelt. 

Waarom kies je dan toch voor het theater om je uit te spreken?

Omdat ik dit het beste medium vind. Theater is een luidop uitgesproken gedachte die je deelt met het publiek, dat op zijn beurt weer de moeite neemt om met jou in gesprek te gaan. Een heel gek gesprek natuurlijk, want zij worden wel geacht om stil te zijn. Ik denk dat theater een van de laatste rituelen is die we in het Westen hebben. Een ritueel dat bij uitstek geschikt is om mensen nieuwe dingen te laten inzien: een plek om prikkelende, stuitende of provocerende ideeën met elkaar te delen.

Die grote invloed als theatermaker brengt ook een gevaar met zich mee, maar volgens mij geldt dat voor ons allemaal. Iedereen draagt bij aan hoe de wereld eruit ziet. Dat geloof ik echt! Hoe klein het steentje ook is dat je in die vijver gooit. Dat gevaar moet je erkennen. Want anders ga je nooit ergens voor staan. Dan kun je net zo goed niet leven. Dan ben je hier alleen maar om je voort te planten en te sterven, toch? Mijn manier om daarmee om te gaan is voorstellingen maken, columns schrijven en zo eerlijk en oprecht mogelijk te leven. 

‘Ik geloof dat engagement altijd persoonlijk is.’

En stel nu dat je zoon over twintig jaar werkelijk zegt “Papa wat heb je gedaan?”. Wat ga je hem dan antwoorden?      

Dan hoop ik dat ik ergens nog een registratie van deze voorstelling heb. En dan zeg ik: “Kijk maar naar deze voorstelling. Dit gaat een beetje over jou.” Ik weet niet in wat voor een wereld hij gaat leven. Weet je dat ik me gisteren afvroeg hoe de wereld er zou uit gezien hebben mocht 11 september niet gebeurd zijn? Ik had geen idee, ik kon me er helemaal niets bij voorstellen! Net zo kan ik me weinig voorstellen bij hoe de wereld er over twintig jaar zal uitzien.   

Ben je hoopvol?

Jazeker, maar ik ben ook realistisch hoor: het gaat niet gemakkelijk zijn. Ik denk dat er nog veel moet gebeuren. Zolang we elkaar maar zo open mogelijk benaderen en in gesprek blijven gaan. Als we elkaar niet wegduwen of afstoten, komt het echt wel goed. Ik ben pessimistisch. Maar hoopvol pessimistisch!         

Dat moet je even uitleggen.

Als ik naar het journaal kijk, denk ik soms dat de wereld een zieke en verdorven plek is. Maar ik bedenk me dan ook: ik heb net een kind gekregen. Ik heb de kans om een steentje bij te dragen aan een goed verloop van de gang der zaken. Om al de idealen die ik koester door te geven aan mijn zoon. Dat stemt mij hoopvol: ik kan echt wel iets doen, al is het maar op microniveau. Ik denk dat alles klein en persoonlijk begint, om daarna groot en universeel te worden. Engagement is altijd persoonlijk. 

De-radicalisering-04-%C2%A9-Sanne-Peper

Je stelt jezelf tijdens de voorstelling de vraag: “Waarom ben ik niet geradicaliseerd?” Heb je een antwoord gevonden?     

 Ik leg die vraag neer bij het publiek. Tijdens de voorstelling zeg ik een aantal keer – en misschien is dit een milde spoiler – de zin “het is maar theater”. Ben ik nu Sadettin of speel ik Sadettin? Het is weliswaar mijn monoloog, maar tegelijkertijd zijn het ook gewoon 28 pagina’s tekst die ik uit mijn hoofd moet leren en waarvan mijn regisseur Sarah Moeremans me heeft gezegd hoe ik die moet spelen. Het is maar een rol, ook al ligt die erg dicht bij mezelf. Ik gooi een aantal vragen op tijdens het stuk. Op een aantal daarvan heb ik een antwoord gevonden, maar een aantal andere beantwoord ik niet. Er is geen pasklaar antwoord.

Hoe ga je om met die dunne scheidslijn tussen je (privé-)persoon en het spelen van een personage?

Ik heb tot nu toe altijd een gechargeerde versie van mezelf gespeeld. En afhankelijk van welke voorstelling werden bepaalde kenmerken van mezelf meer in de verf gezet. Nu is dat minder. Het ligt dichter bij mezelf: het personage Sadettin is in deze voorstelling veel meer de echte Sadettin dan in de voorstellingen ervoor. Het luistert daarom heel nauw om deze voorstelling te spelen. Het is heel uitputtend!   

Ik open de vierde wand en sluit hem weer. Ik erken het publiek: ik doe niet alsof ik in mijn eentje in een andere wereld ben. We zijn in het theater en ik gebruik theatrale middelen zoals licht, decor en muziek om mijn verhaal kracht bij te zetten. En soms sluit ik even die vierde wand: dan ben ik even ergens anders. Hoewel dat in deze voorstelling veel minder het geval is. De Radicalisering lijkt voor veel mensen meer op een conference of op stand-up comedy dan mijn eerdere voorstellingen. Hoewel het veel minder grappig is.   

Dus je bent echt boos?

(stilte) Ja.

Naast je eigen voorstellingen speel je als acteur ook in andere voorstellingen. Heb je die afwisseling nodig?

Ik ben opgeleid als acteur aan de Toneelacademie Maastricht. Ik vind zowel spelen als maken heerlijk om te doen. Maar beiden niet leuk genoeg om alleen maar daarmee bezig te zijn. Soms is het heel fijn om binnen een gezelschap een rol te kunnen spelen. Dan ga ik om vijf uur ‘s avonds naar huis, haal mijn zoontje van de crèche en ben met nergens anders meer bezig dan hem in bad te steken en met een flesje melk naar bed te brengen. Dat is een verlossing van de druk om zelf een voorstelling te maken. Daar ben ik echt 24 uur per dag mee bezig! Dan lig ik in mijn bed te malen en sta ik geregeld op omdat ik vind dat ik nog iets moet opschrijven (lacht). Als je in een regie van een ander staat, is de druk toch minder groot. Dan moet je alleen maar goed spelen en er een geweldige voorstelling van maken. Terwijl als je het zelf gemaakt hebt, heb je er alles ingestoken, alles wat je over het onderwerp te zeggen hebt.”

Tags: , , , ,