het Theater Festival
ma di wo do vr za zo
      31 01 02 03
04 05 06 07 08 09 10

Een gesprek over theater, etcetera.

 

Deze week sprak ik met Johan Wambacq (1950) en Charlotte De Somviele (1988), respectievelijk voorzitter van de Raad van Bestuur en een van de hoofdredacteurs van Etcetera, naar aanleiding van de 150ste editie van het podiumtijdschrift. Twee generaties buigen zich over het 35-jarige bestaan van het blad en reflecteren over het verleden, het heden en de toekomst.

Dina Dooreman

Etcetera werd opgericht in 1982. Vanuit welke noodzaak of motivatie gebeurde dit?

Johan Wambacq: Etcetera is eigenlijk begonnen met een cafégesprek. Hugo De Greef en ikzelf zaten in ons vaste stamcafé aan de overkant van de Beursschouwburg waar we ’s middags onze boterhammen gingen eten. Hugo was toen aan de slag bij Kaaitheater en ik bij Beursschouwburg. Op dat moment bestond er nog geen tijdschrift over de podiumkunsten, enkel een soort aankondigend maandblad. Samen hebben we toen een nota opgesteld waarin we het idee voor een kritisch theaterblad uitwerkten. Daarmee zijn we naar uitgeverij Kritak gestapt. Zij reageerden enthousiast. Vervolgens hebben we een lijst van redactieleden opgesteld. Van in het begin was het doel om een kritisch publiekstijdschrift te zijn. Geen aankondigingsblad, maar ook geen academisch magazine.

Vanwaar de naam Etcetera?

Johan: We wilden het breed houden en ons niet beperken tot theater in strikte zin. De volle titel luidde Tijdschrift over theater etcetera. Ook alles wat errond hing, zoals dans en performance, was deel van ons programma. Dat het blad er is, komt doordat er toen een hele kritische beweging begon te broeien. Het ging niet enkel over een klein groepje van heethoofden. De kritiek op de dode boel die het gevestigde theater destijds was, werd zeer breed gedragen. Daar wilden wij een stem aan geven, maar ook aan de nieuwe genres die zich aandienden.

Heeft het blad ook het klimaat van de podiumkunsten mee helpen veranderen?

Johan: Nee, wij waren eerder een echo van bepaalde veranderingen binnen het podiumlandschap. Wij brachten een reflectie en boden deze veranderingen zo een podium. Soms wordt Etcetera een beetje herleid tot de tachtigers en de negentigers. Die generatie heeft uiteraard iets gemarkeerd en Etcetera heeft dat vanaf het begin becommentarieerd. Maar ook zonder ons blad was die ontwikkeling er zeker geweest.

Charlotte De Somviele: Ik geloof wel dat Etcetera die ontwikkelingen mee legitimiteit gaf en heeft bijge­dragen tot die canonvorming. Je kan zeggen dat het niet het initiële opzet was om die makers te sturen, maar in retrospect is dat wel zo gebleken. Door het discours is er een grote symbolische erkenning gekomen voor het werk van die artiesten.

Johan: Ok, maar het is niet omdat Jan Fabre, Jan Decorte of Anne Teresa De Keersmaeker een aantal keer vermeld werden in de eerste nummers van Etcetera, dat dit alles zegt. Het gaat niet over de kwantiteit, maar over de manier waarop zij werden vermeld. En ja, het blad was wel enthousiast over die generatie artiesten. Maar je moet dit ook relativeren. Vergeet niet dat
er in de jaren tachtig overal nieuwe platformen ontstonden. De culturele centra van de jaren zeventig bijvoorbeeld werden toen tot alternatieve plekken gedoopt.

 

Etcetera moest kritisch zijn, maar ook toegankelijk voor een breder publiek’ — Johan Wambacq

 

Hoe is de positie van Etcetera veranderd nu er veel nieuwe media bijgekomen zijn die aan kritische reflectie doen?

Charlotte: Die positie is veranderd, maar ik wil dat ook nuanceren: Etcetera blijft in Vlaanderen  nog steeds het enige tijdschrift dat zich exclusief aan de podiumkunsten wijdt. Dus in die zin hebben we zeker nog steeds een cruciale rol te vervullen. Er zijn inderdaad veel digitale platformen bijgekomen, maar zij bedrijven kritiek veelal nog steeds op een ouderwetse, lees: tekstuele en monologische manier. Ik ben nog niet echt overtuigd van de mogelijkheden die nieuwe media, laat staan sociale media, te bieden hebben aan de kunstkritiek. Bovendien presenteren wij aan de lezer een gecureerd blad waarin we een bewuste selectie van artikels hebben gemaakt. Mensen nemen dat mee en komen zo in contact met zaken waar ze zelf niet snel op zullen doorklikken op Facebook of andere sociale media. Kritiek is natuurlijk wel gedemocratiseerd. Het komt in kranten terecht, Etcetera en rekto:verso worden gratis verspreid en je hebt ook heel wat blogs, bijvoorbeeld Theater­krant uit Neder­land. Kritieken kunnen nu dus breder gelezen en gedeeld worden, maar ze worden ook snel vergeten. Etcetera probeert zich in die zin ook toe te leggen op slow criticism, grondige diepteanalyses, waar op het web niet altijd plaats voor is. Zonder promotie te doen voor ons eigen tijdschrift. (lacht)

Johan: Het is evident dat het papieren tijdschrift mee geëvolueerd is naar een website waar ook veel artikels exclusief verschijnen. En sociale media, daar heb ik geen verstand van. (tegen Charlotte) We zitten met Etcetera op Facebook, toch?

Charlotte: Jazeker, al hebben we niet het meest sexy Facebook-imago. (lacht) We zijn nog een beetje old school.

Johan: Maar old school is het nieuwe hip.

Charlotte: Daar zeg je het. Je voelt wel dat je door dat digitale tijdperk in verschillende snel­heden moet werken. Je hebt een traagheid op papier nodig, naast een snelheid die je op de website kan aanbieden. Het contemplatieve van iets te lezen op papier verschilt toch met snel allemaal linkjes openen, halve artikels lezen en uiteindelijk niet weten wat erin staat. Andere media voluit gebruiken, doen we momenteel nog niet, dat is een werkpunt. Maar we hebben in de toekomst alvast plannen om video-interviews aan te bieden op onze website. De kans is wel groot dat die twee uur zullen  duren. (lacht)

Ligt het belang van Etcetera naast reflectie ook bij documentatie?

Charlotte: Ja. Het is niet onze eerste bezorgdheid, maar we nemen die zeker wel mee. In onze nieuwe Etcetera hebben we bijvoorbeeld een interview met Milo Rau, die vanaf dit seizoen de leiding overneemt bij NTGent. Ook al zijn Raus plannen nog niet helemaal concreet, het is belangrijk om daarover te berichten, zodat iemand die over twintig jaar Etcetera vastneemt, iets terugvindt over deze belangrijke tran­sitie. Maar eigenlijk willen we met Etcetera voornamelijk vooruit kijken en proberen om het veld mee aan te sturen, door good practices, zowel artistieke als institutionele, onder de aandacht brengen en andere kritisch te evalueren.

Zijn er binnen het blad verschillende redactionele benaderingen?

Charlotte: Er zijn eerder verschillende profielen binnen onze redactie. Michiel Vandevelde is choreograaf, Ciska Hoet journaliste, Kristof van Baarle en Sébastien Hendrickx dramaturgen en onderzoekers, ik werk als recensente. Die samenstelling is interessant omdat je uit verschillende perspectieven kan putten. Michiel is iemand die internationaal heel wat opvolgt, ook in andere disciplines, en het perspectief van de kunstenaar binnenbrengt. Ciska en ik hebben als recensent een brede kijk op het veld. Sébastien en Kristof kijken heel dramaturgisch. Als zij recensies schrijven, gaan ze echt als drama­turgen te werk die een voorstelling helemaal ontleden en die ook in een bredere context plaatsen. Dat vind ik erg waardevol. Die verschillende accenten leveren andere schrifturen op.

Johan: Die mix is er altijd geweest. In onze eerste nummers had je naast recensenten ook theaterwetenschappers als Luk Van den Dries en dramaturgen als Marianne Van Kerkhoven. We zoeken ook steeds naar een redactie die niet volledig afkomstig is uit Brussel of Antwerpen.

 

‘Eigenlijk willen we voornamelijk vooruit kijken en wél proberen een veld mee te sturen’ — Charlotte De Somviele

 

Kiezen jullie er bewust voor om Etcetera Vlaams te houden?

Charlotte: Als het van ons afhangt, waren wij niet zo Vlaams. We publiceren ook steeds meer Engelstalige teksten, en over Franstalige artikels denken we na. Dat is belangrijk, omdat we ook willen mikken op de Brusselse gemeenschap, die erg internationaal is. We zitten ook in een samenwerkingsverband, dat Theatertimes heet. Dat is een digitaal platform, waarbij kritische artikels over de podiumkunsten van over de hele wereld aangeboden worden.

Johan: In het verleden zijn er nog pogingen geweest. Er was in het begin contact met Toneel Theatraal, ons Nederlands zusterblad. We hebben er toen over nagedacht om één tijdschrift te vormen, maar dat werkte niet. Voornamelijk omdat theater ook een gemeenschapskunst is. Tachtig procent van het Nederlandse theater is bij ons niet te zien en omgekeerd. Een tijdschrift dat alleen maar bericht over wat niet op onze planken te zien is, werkt niet.

Charlotte: Je hebt ook verschillende stijlen, denk ik. Zo lopen er wel wat esthetische breuklijnen tussen de Vlaamse en Waalse podiumkunsten, ook al groeien die scènes steeds meer naar elkaar toe. We hebben hoe dan ook nood aan een internationale blik. In ons volgende nummer willen we bijvoorbeeld graag iets brengen over de Roemeense performancekunstenares Alexandra Pirici en de Canadese choreografe Dana Michel. We proberen bovendien ook internationale schrijvers te scouten, maar dat gaat moeilijk omdat zij duurder zijn. Er zijn ook gewoon niet zo veel Vlaamse critici meer die zich volledig kunnen toeleggen op freelance schrijven. Je voelt dat dat statuut onder druk staat.

Waarin verschillen jullie van rekto:verso?

Charlotte: We zijn ten eerste gekant tegen themadrift! Bovendien concentreert rekto:verso zich op verschillende kunstvelden. We hebben een nauwere focus op de podiumkunsten en vertrekken ook vanuit de esthetische praktijk. De echte artistieke analyses zal je minder in rekto:verso vinden. Maar we proberen ook samen te werken en ons in positieve zin aan hen te spiegelen. Dat wil zeggen: proactief zijn, kritisch reageren en ook aandacht hebben voor kunstbeleid. Maar er zijn goede redenen waarom we niet fusioneren, ook al gelooft de politiek misschien dat één overkoepelend kunsttijdschrift voor Vlaanderen wel genoeg is.

Momenteel is jullie 150ste magazine verschenen. Was er een specifiek concept? En wat zijn jullie plannen voor de toekomst?

Charlotte: Wel, we hebben een gouden cover! (lacht) We hebben ook twee rondetafels georganiseerd: eentje over het statuut van de Vlaamse kunstinstellingen en eentje over opera. Daarin werd onder meer de vraag gesteld of opera zich vandaag nog wel voldoende vernieuwt en hoe het medium mee kan zijn met zijn tijd. Opera is een traject dat we verder zullen uitzetten dit jaar. Een groepje critici zal vanaf nu maandelijks naar de opera gaan en recensies schrijven. Zij zeggen zelf nood te hebben aan nieuwe kritiek over opera, en die willen we graag ondersteunen.

Johan: Ik ben zelf jarenlang betrokken geweest bij de redactie. Momenteel ben ik al bijna dertig jaar voorzitter van de Raad van Bestuur. Maar daar ga ik nu een punt achter zetten. Laat dat bij deze hier officieel meegedeeld worden. (lacht)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags: , , ,