het Theater Festival
do vr za zo ma di wo
08 09 10 11 12 13 14
15 16 17 18      

De filosofie van Cecilia is Poepsimpel

vr 26 aug 2016

Met de grove borstel door de poëtica van Arne Sierens

Arne Sierens ain’t need no introduction. Theatermaker pur sang, atleet van het hart, chroniqueur des émotions, des expériences et des idées. Parbleu! Artistiek leider van Compagnie Cecilia, ook. En vertegenwoordigd op dit TheaterFestival met Poepsimpel: hotsend-botsend buddy theater dat tekenend is voor Sierens’ poëtica en het parcours dat hij sinds de vroege jaren tachtig heeft doorlopen. Een kleine schets. – Daan Borloo

Arne Sierens

(c) Fred Debrock

Het theater van Sierens is niet gecompliceerd maar complex: aan de oppervlakte lijkt alles bevattelijk en helder, maar diep in de krochten schuilt een onverwoord geheim dat de personages voortdrijft op energetische golven die ze o zo graag willen, maar niet kunnen bedwingen. Het theater van Arne Sierens is dus ongeveer zoals de familie Doorsnee: onder de gave huid van het blazoen en het familiale fatsoen ettert en knettert een beest dat gehoord wil worden, maar zich niet zo gauw laat zien.

Van dat diep verscholen beest heeft Sierens zijn voornaamste thema gemaakt. Het beest is verraderlijk en veranderlijk; het scheurt families uiteen, maar brengt ze evengoed (weer) bij elkaar. Sierens’ familiebegrip is hier uiterst rekbaar: onder elke mogelijke relatie die hij op de scène verbeeldt, houdt het beest zich schuil, van moeder-zoonverhoudingen over romantische liaisons tot maatschappelijke betrekkingen. Elk personage staat onoverkomelijk in relatie tot een ander (niet altijd aanwezig) personage, en die relatie staat onoverkomelijk onder (niet altijd tastbare) hoogspanning.

Like a punch in the face

Precies die hoogspanning creëert de ontembare energetische golven die het theater van Arne Sierens nog het best typeren – theater dat eerder al ‘elektrisch’ werd genoemd. Sierens wil vertellen vanuit een noodzaak: rusteloos en oververhit. Like a punch in the face. Maar om keihard te kunnen toeslaan, moet je een aanloop durven te nemen. Reculer pour mieux sauter. Sierens dirigeert zijn golven vanuit de losse pols; hij laat zijn kudde acteurs graag vrij en werkt zo goed als altijd vanuit improvisaties die na voldoende rijptijd in een voorstelling resulteren. Elk stuk kent een relatief lange incubatieperiode, maar eens die periode achter de rug is, houdt de cobra op met wiegen en slaat hij toe.

Sierens’ stukken zijn wervelende chansons populaires over de grillige condition humaine, uitgedragen door ietwat zonderlinge personages. Via niet alledaagse patronen toch de alledaagsheid aanraken en zelfs vormgeven, dàt is de essentie van de kunst die Sierens en co zo mooi bedrijven. Een kunst die tegelijk avant-gardistisch en voldingend is; zowel banlieue als centrum, maar allerminst braaf en conformistisch.

J’aime regarder les filles

Het is een kunst die gedijt op de tonen van Patrick Coutins J’aime regarder les filles, een nummer dat zowel op de heupen als op de zenuwbanen inwerkt. Een nummer dat nonchalant begint, maar zich al snel ontpopt tot een schreeuw in het duister. De quasi eindeloze herhaling van eenzelfde refrein is representatief voor het hyperbolische, vaak buitensporige karakter van Sierens’ theater.

Het refrein verbeeldt als geen ander wat Antonin Artaud ooit als de ‘hiëroglief’ heeft omschreven. Een teken dat eerder in de buik dan in de hersenpan slaat, niet in het minst door een excessieve, bijna overdreven herhalingsdrang. Sierens’ acteurs spelen oeverloos groot(s), en katapulteren op die manier een schijnbaar banale opmerking (‘ik houd ervan om naar de meisjes te kijken’) naar duizend-en-één nieuwe niveaus.

Mijn Blackie

Mijn Blackie (c) Kurt Van der Elst

Sierens tackelt elke vorm van zwaarwichtigheid. Hij wil actief, urgent, onweerlegbaar zijn. Vaak ook hyperkinetisch, zoals de jongeren die in Bernadetje de legendarisch geworden botsauto’s bereden, of het zootje ongeregeld dat in Mijn Blackie op Rage Against the Machine stond te headbangen. Dat is bij Sierens’ springlevende dan wel springdode idolen net zo. Pippo Delbono, Gisèle Vienne, Pina Bausch: allemaal makers die zo beweeglijk mogelijk in het theater willen staan en niet ter plaatse blijven trappelen. Rage Against the Routine!

Cecilianen

Het parcours dat Sierens sinds de vroege jaren tachtig heeft doorlopen is er één van steeds wisselende constellaties. Van wegen die scheiden en soms weer samenkomen, net als die van zijn (on)gedurig zoekende theaterpersonages. Geloofde samenwerkingen zijn onder andere die met choreograaf Alain Platel (waaronder Bernadetje), Johan Dehollander en Alize Zandwijk (Meiskes en jongens).

Sinds kort werkt hij vooral samen met een trouwe schare Cecilianen. Ze noemen zichzelf de zeven samoerai. Allemaal mannen uit één stuk die – naar analogie met de buddy film – buddy theater maken. Lief en leed delen. Elkaar uitdagen, laten vallen en weer opvangen. En vooral niet laten zien dat ze de vaak afwezige vrouwen missen. Geliefden, moeders, dochters: allemaal muzen die de mannen op scène sturen, maar zich zelf niet laten zien. Zoals het beest. Het beest dat zal blijven etteren en knetteren, hier en nu en tot in eeuwigheid.

Koop hier je tickets voor Poepsimpel van Compangie Cecilia.

Tags: , , ,