het Theater Festival

COLUMN: De kunst van het thuiskomen en vertrekken

za 11 sep 2021

Ellis Meeusen

In de week voor ik het redactieteam van het TheaterFestival vervoegde, verhuisde ik. Een gebeurtenis die minder gewicht had dan uit deze woorden zou kunnen blijken: ik ben gedurende de laatste acht jaar een zevental keer verhuisd. Dat de kortste weg van mijn nieuwe huis naar het redactielokaal in DE SINGEL recht door mijn oude straat bleek te lopen, was wel een vreemde toevalligheid. Elke ochtend en elke avond passeerde ik mijn oude huis. Onbewust stopte ik even met trappen en probeerde in de paar seconden waarin ik langs het huis gleed aan eventuele beweging binnen en de warmte van het licht door de ramen te peilen of de nieuwe bewoners zich er al thuis zouden voelen.

Soms denk ik dat het motief van het verhuizen begon toen ik theater ging studeren, dat het toen ergens in mijn DNA is gekropen. Tijdens één van mijn eerste dagen aan de theaterschool in Leuven sprak één van de docenten uit dat theatermakers en acteurs experten in relaties zijn, of dat het toch het doel is om die te worden. Nu ik een paar jaar afgestudeerd ben, denk ik vaak: dat is waar. Maar ik voel me nog veel meer een expert in thuiskomen en vertrekken. Of ik probeer dat toch te worden. Thuiskomen bij een telkens weer nieuwe groep mensen, thuiskomen in een theater om er te spelen, thuiskomen in een zaal om er te kijken, thuiskomen in een verhaal op een scène. Thuiskomen en vertrekken werd een kunst.

Gisterenavond ging ik naar The Courage to be Disliked van Compagnie de KOE in De Studio. Na afloop stond ik in het café naast Willem de Wolf, een beetje onbeholpen. ‘Ik ben niet zo heel goed in dit soort napraten’, zei hij zacht. ‘Ik ook niet’, antwoordde ik. Dat was niet gelogen. Bij het einde van een voorstelling wil ik altijd het liefst én zo snel mogelijk naar huis én zo lang mogelijk blijven. Ik ben in geen van beide goed. Misschien is dat omdat er even geen thuis meer is. Het thuis op de scène is weg en naar het eigen thuis moet nog vertrokken worden. En in dat vacuüm tussen de twee weet ik niet goed wat te doen.

Ik vertrek uit De Studio, net als Willem, fiets terug naar mijn nieuwe huis. Ik passeer het oude huis. Er brandt geen licht. Onderweg denk ik aan alle plaatsen waar ik tijdens het TheaterFestival even thuis ben geweest en weer ben vertrokken: in het zwoele Italië van Johannes Wirix-Speetjens, in het heerlijke tribunaal van Ballet Dommage, in de intieme huiskamers van de Hermannen. In het redactielokaal in DE SINGEL, dat ook even een thuis was.

Ik zit nog met mijn hoofd ergens in het droogdok en de desolate epiloog van Camping Sunset als ik mijn straat indraai en voor mijn nieuwe huis stop. Warm licht brandt en de kat zit voor het raam. En terwijl ik de sleutel in het slot van de voordeur steek, hoop ik dat dat voor u, als lezer en toeschouwer, ook zo is geweest. Hopelijk was u hier even thuis.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags: