het Theater Festival
do vr za zo ma di wo
08 09 10 11 12 13 14
15 16 17 18      

2015 – Maria Kraakman

za 05 sep 2015

Angels in America — Toneelgroep Oostpool

“Angels in America is gewoon een verschrikkelijk mooi toneelstuk”

 

Angels in America 05 © Sanne Peper

© Sanne Peper

De Nederlandse actrice Maria Kraakman schitterde afgelopen seizoen in Angels in America van Toneelgroep Oostpool en Gavrilo Princip van De Warme Winkel. Beide voorstellingen werden geselecteerd voor Het Theaterfestival in Vlaanderen én voor het Nederlands Theater Festival. — Filip Tielens

Wat doet zoveel succes met een mens en een actrice?

Maria Kraakman: “Ik vind het vooral heel leuk, ik ben namelijk erg trots op beide voorstellingen. De herneming van Gavrilo Princip kan ik helaas niet meedoen omwille van m’n agenda, wat ik erg jammer vind. Op het moment dat de selectie van de Theaterfestivals bekend werd gemaakt, was ik op tournee met Angels in America waardoor ik toen ik de knoop moest doorhakken, nauwer betrokken was bij Angels. Ook het feit dat ik in Gavrilo Princip al eens eerder vervangen werd en ik voor mijn rol in Angels genomineerd ben voor de Theo d’Or (Nederlandse toneelprijs voor beste vrouwelijke hoofdrol van het afgelopen seizoen, nvdr), maakte de keuze makkelijker.”

In Angels speel je de rol van Harper, een neurotische vrouw met straatvrees, een pillenverslaving en hallucinaties. Niet de meest evidente rol om te spelen, lijkt me?

“De theatertekst van Tony Kushner is zo sterk dat ze voor zich spreekt, ik heb zeker geen studie gedaan naar dit soort vrouwen ter voorbereiding van mijn rol (lacht). Harper hallucineert vaak, maar tegelijk is ze ook ontzettend helder. Een vrouw met een heel sterke intuïtie. Bij het spelen heb ik minder op haar gekte gefocust dan op haar luciditeit. Het zijn vooral de andere personages die benoemen dat ze gek is, waardoor ik dat niet meer moet uitspelen. In Harper herken ik een soort snelheid die ik ook wel heb, al staat ze verder gelukkig ver van mezelf af. Maar het feit dat ik haar speel, maakt dat ze op mij lijkt, of ik op haar. Harper is niet meer dan wat letters op papier, zij bestaat niet als ik haar niet tot leven wek.”

Wat maakt jullie Angels in America zo’n groot succes?

“We spelen in een kleine zaal, waardoor het heel intiem wordt. Regisseur Marcus Azzini koos voor heel waarachtig en doorleefd samenspel. De grote emoties schuwen we niet, maar we spelen ze wel zo eerlijk mogelijk. We doen niet aan acteergeweld, we pakken niet uit met al wat we kunnen, maar we blijven net zo dicht mogelijk bij onszelf. En dan is er het verhaal natuurlijk: Angels in America is gewoon een verschrikkelijk mooi toneelstuk. Je moet al veel moeite doen om dit te verpesten.”

Hadden jullie tijdens de repetities het gevoel dat jullie met iets speciaals bezig waren? Of voelden jullie vooral een grote druk om in de voetsporen van de vorige succesvolle adaptaties te treden?

“Beide, denk ik. Zowel Guy Cassiers bij Ro Theater als Ivo Van Hove bij Toneelgroep Amsterdam hebben twee eiken van voorstellingen neergezet met hun versies van Angels in America. Wij moesten daar dan een klein boompje naast planten (lacht). Ik vind het wel mooi dat onze voorstelling in een traditie past, hoe recent die ook is, zodat we ergens op voort kunnen borduren. Naarmate de repetities vorderden en het steeds duidelijker werd wat we aan het doen waren, verdween de angst voor de vergelijking ook wel – al is die vergelijking natuurlijk onvermijdelijk.”

Toneelgroep Oostpool is niet zo bekend in Vlaanderen. Wat is er kenmerkend aan het gezelschap?

“Artistiek leider Marcus Azzini werkt vanuit een grote intuïtie, een gut feeling. Hij vraagt van zijn acteurs ook altijd om iedere scène die ze spelen een ontmoeting tussen mensen te laten zijn. Marcus vraagt ook veel inbreng van zijn acteurs. Hij kan een stuk helemaal uit elkaar trekken en het volstoppen met nieuwe ideeën. Ik denk dat Toneelgroep Oostpool van alle gezelschappen in Nederland iets rauwer heeft. De gemiddelde leeftijd van de acteurs is ook best jong: een generatie dertigers die al enkele jaren samenwerken. Ik denk dat de voorstellingen van Oostpool zeker zouden aanslaan in Vlaanderen (lacht).”

Naast in Gavrilo Princip heb je bij De Warme Winkel ook al meegespeeld in Alma en Rainer Maria. Wat trekt je zo aan in hen?

“Ik vind iedereen van De Warme Winkel echt briljant als maker. Ze versterken elkaar mooi, ze maken echte gesamtkunstwerken samen. Daarnaast vind ik hen ook heel authentiek. Ze hebben echt overal schijt aan, zeker aan alle regels van de goede smaak. Bovendien zijn ze nooit te beroerd om hun werk te herzien en helemaal te vernieuwen. Maar ze vertrekken ook altijd vanuit de inhoud, vanuit een liefde voor de kunstenaars die ze in hun voorstellingen behandelen en de tijd waarin deze leefden. De Warme Winkel is een totale kermis. Ik vond het heel leuk om met hen te werken, zoiets had ik nog nooit gedaan.”

Vanaf dit seizoen ben je vast in dienst bij Toneelgroep Amsterdam. Was dit het juiste moment om de sprong te wagen of was je er ook eerder al klaar voor?

“Het voelt als een logische stap. Bij Monopoly koop je toch ook eerst vier huisjes voor je een hotel hebt? (lacht). Zo voelt het ook: als een gestage klim. De vraag kwam precies op een moment dat ik me afvroeg wat ik nog meer zou willen in mijn carrière. Wat ik zo leuk vind bij Toneelgroep Amsterdam is dat zij alles combineren: een groot publiek aanspreken maar toch experimenteel zijn, ervaren regisseurs afwisselen met jonge makers, internationaal toeren… In mijn eerste seizoen mag ik er al meteen met Ivo Van Hove en Luk Perceval werken, echt te gek.”

Wat vind je zelf jouw grootste kwaliteit als actrice?

“Ik denk dat ik me altijd volledig inzet. Met een zeven op tien neem ik geen genoegen. Ik probeer steeds tot de limiet te gaan. Tijdens het zoekproces in repetities ben ik meestal erg voorzichtig, maar eens ik het te pakken heb hoe het moet ga ik echt geen avondjes een beetje minder mijn best doen.”

Zit er een lijn in de rollen die je speelt of zijn ze onderling erg verschillend?

“Ik speel toch wel vaak getroebleerde, donkere, depressieve figuren. Telkens probeer ik er een bepaalde lichtheid aan toe te voegen, om een handreiking te doen naar het publiek. Ik vind het leuk wanneer mensen lachen in het publiek, dan hoor ik dat ze er zijn. Een fijne manier van communiceren.”

Je speelde al in heel wat films die – behalve My Queen Karo – niet of amper in Vlaanderen te zien waren. Welke film moeten we zeker leren kennen?

“Dan zou ik toch Hunting & Zn zeggen, een film waaraan ik heb meegeschreven en in heb meegespeeld. Ik ben er erg trots op. De film was op festivals over de hele wereld te zien, maar toch hebben te weinig mensen de film uiteindelijk gezien. De laatste film die ik deed was ook erg de moeite: Schneider vs Bax van Alex van Warmerdam, waarin ook Tom Dewispelaere meespeelde.”

Hoe bekend ben je in Nederland?

“Niet zo bekend. In het theatervak kent iedereen me wel, denk ik, maar daarbuiten niet. Ik ben vier keer in De Wereld Draait Door geweest, dus soms lijken mensen op straat me wel eens te herkennen. Ik doe heel weinig commerciële projecten, ik ben vooral bekend bij toneelliefhebbers.”

Je koos bewust voor de kleinschaligere Toneelacademie in Arnhem omdat je van de luwte houdt, en speelde lang bij Toneelgroep Oostpool wat toch ook buiten de Randstad ligt. Daartegenover staat wel dat je in veel interviews over erg persoonlijke zaken praat: de ontmoeting met je ex-man, je kinderloosheid, de ziekte van je moeder… Is dit geen contradictie?

“Een interview zie ik altijd als een een-op-een-gesprek, ik vergeet meestal dat het de dag erna in de krant verschijnt. Als ik een interviewer aangenaam vind, dan vertel ik gewoonweg alles. Ik doe altijd interviews wanneer ik ervoor gevraagd word, omdat ik het belangrijk vind om de voorstellingen waarin ik speel aan de man te brengen. Maar het is niet zo dat ik mijn persoonlijke leven wil etaleren om mensen naar een voorstelling te lokken. Wanneer magazines me vragen om over speciale onderwerpen te getuigen, hou ik de boot toch vaak af.”

In het programmaboekje van Angels in America staan wel superpersoonlijke verhalen van regisseurs en acteurs over hoe zij zich verhouden tot de thema’s uit het stuk.

“Dat vind ik net mooi. Je voelt de persoonlijke drive van regisseur Marcus Azzini om deze voorstelling te maken. Hij loopt al zo lang met die wens rond. Dat de inzet hoog is, ontroert me. Je kan immers geen kunst maken los van jezelf.”

Jij was ook de muziekselecteur voor Angels in America.

“Klopt. Voor dit stuk ben ik ben op zoek gegaan naar muziek uit de jaren tachtig, omdat het verhaal zich in die tijd afspeelt. In Angels zit een heel mooi nummer van Duran Duran, namelijk The Chauffeur, totaal iets anders dan we van hen gewend zijn. Ik koos ook een hele mooie cover van I Wanna Dance With Somebody, door Scott Matthew. Ik heb veel voeling met die periode, het blijven tenslotte mijn jeugdjaren.”

Kom je dj’en op het slotfeest van Het Theaterfestival?

“Ha, dat zou leuk zijn! Ik draai af en toe plaatjes met Mara Van Vlijmen van De Warme Winkel. We hebben zelf al eens in het Kaaitheater gedraaid, maar er waren toen amper tien mensen, al de rest hadden we al de deur uitgejaagd (lacht). Dus of dat zo’n goed idee is…”

Tags: , ,