het Theater Festival
do vr za zo ma di wo
08 09 10 11 12 13 14
15 16 17 18      

2015 – LOUIS VAN DER WAAL

za 12 sep 2015

Colossus/The Great Warmachine — Abattoir Fermé/Joachim Robbrecht

“Ambitie maakt veel mogelijk”

Louis van der Waal speelt in twee voorstellingen die geselecteerd zijn voor Het Theaterfestival. The Great Warmachine van Joachim Robbrecht is vanavond te zien, Colossus van Abattoir Fermé kon helaas niet hernomen worden. Het bezige bijtje in Louis van der Waal vindt dat erg jammer, maar vliegt ondertussen lustig verder van het ene naar het andere project. “Ik zal niet sterven voordat Colossus hernomen wordt.” — Bart Van Gyseghem en Filip Tielens

© Bruno Listopad

© Bruno Listopad

Louis van der Waal: “Ik vraag me af of de opening van Het Theaterfestival in Brussel ook zoveel reactie uitlokte als de opening in Amsterdam, waar Ola Mafaalani in haar Staat van het Theater blijkbaar veel controverse veroorzaakte. In Nederland klaagt men wel eens dat iedereen een mening heeft, terwijl ik het gevoel heb dat in Vlaanderen iedereen lijkt te wachten op een reactie van elkaar. Ik herinner me dat de State of the Union van Stef Lernous (regisseur van Colossus, nvdr) uit 2012 of de State of the Youth van Freek Vielen vorig jaar, meer debat uitlokte dan de speech die Barbara Van Lindt dit jaar bracht. Nochtans vind ik haar echt een waanzinnige vrouw. Bij DasArts in Amsterdam geeft ze richting aan een redelijk unieke, vooruitstrevende opleiding waarin onderzoek centraal staat en er veel mogelijk is. Joachim Robbrecht (regisseur van The Great Warmachine, nvdr) geeft daar soms les.”

Zo zijn de namen gevallen van de twee regisseurs van de stukken waarmee jij geselecteerd werd voor Het Theaterfestival: Stef Lernous en Joachim Robbrecht. Hoe verschillend zijn zij als maker?

“Bij Stef Lernous leerde ik dat je moet durven loslaten, dat je niet alles in de hand moet proberen houden. Als je de controle kan laten vallen, ontstaan de mooiste momenten. Stef is erg goed in bijsturen op het juiste moment, hij zal je wel laten weten wanneer je niet goed bezig bent. Joachim Robbrecht is erg goed in de taal als wapen inzetten. Van hem leerde ik dat je geen catharsis nodig hebt om een theatraal effect te bereiken. Beide voorstellingen en repetitieprocessen waren heel anders.”

Eerst dan even over Colossus. Werd de happenning van het jaar gemaakt met te weinig middelen?

“Net zoals bij de vorige marathonvoorstelling Apocalypso twee jaar geleden was er eigenlijk amper budget. Toch had ik na Apocalypso al meteen toegezegd om opnieuw mee te werken omdat dat proces zo fijn was geweest. Voor Colossus waren we nu met zo’n 45 mensen op en achter het podium. We repeteerden erg kort, alles bij elkaar een goede maand. Weet je, zo’n speciale productie wil je gewoon meemaken, of je nu goed of niet goed betaald wordt. Al vind ik het zeker niet ok dat zo’n grote en succesvolle voorstelling met zo weinig budget gemaakt moet worden.”

“Vorige zomer kreeg ik een mail van Stef Lernous met de vraag of ik goed tekst kon leren. Dat lukt wel, al ben ik er zeker geen held in. Stef waarschuwde me reeds dat ik een pittige tijd tegemoet zou gaan, al kreeg ik de tekst pas op de eerste repetitie, net zoals alle andere spelers. Ondertussen was ik Tine Van den Wyngaert en Kirsten Pieters (vaste spelers bij Abattoir Fermé, nvdr) tegen het lijf gelopen. Zij zeiden me dat ik mijn borst alvast maar nat moest maken. Van al die voortekens kreeg ik een gezonde stress.”

Hoe ver word je gedreven als acteur in zo’n vier uur durend spektakel?

“Op de eerste repetitie waarschuwde Stef alvast dat er voor iedere scène uit Colossus slechts drie repetitiemomenten zouden zijn tot aan de première. Op dat moment lagen er al vijftig pagina’s tekst klaar en toen moest er nog twee derde bijkomen. Normaal vind ik zo’n eerste lezing erg raar, maar Stef schrijft zo geniaal dat je al voelt dat het een bijzondere voorstelling gaat worden. Ik smijt me sowieso graag. Als het kader klopt, kan het voor mij nooit ver genoeg gaan. Een marathonvoorstelling op zo’n korte periode maken, kan natuurlijk alleen maar als alles goed is voorbereid. Na de eerste week kende ik de helft van de tekst al. Stefs regie is op voorhand ook al zo goed als klaar. Het vertrouwen in elkaar was erg groot.”

“Door die lange trip van vier uur leek het voor het publiek waarschijnlijk heftiger om er in te spelen dan het voor mij daadwerkelijk was. Ik had gedacht dat het veel vermoeiender zou zijn. Je krijgt van dat stuk een enorme kick. Mijn personage, meneertje Onderling, is zo triest dat je hem na vier uur wel van het podium zou willen halen omdat je de vernederingen die hem over-komen niet meer kan aanzien. Maar door de verrassende tekst, de straffe beelden en het enthousiasme van een hele ploeg, is het echt een briljante voorstelling geworden. Ik zal niet sterven vooraleer Colossus hernomen wordt.”

The Great Warmachine lijkt meer op de intelligentie van de toeschouwer te mikken. Klopt dat?

“Joachim Robbrecht was niet op zoek naar karakters of dramatische ontwikkelingen. Hij startte vanuit een artikel met als titel NATO has entered the theatre of war of Libya. Hij wilde het gegeven dat theatertermen worden gebruikt in oorlogsvoering omdraaien en dus theater maken om je voor te bereiden op de oorlog die overal bezig is: in de voedingsindustrie, in de politiek, in de natuur. Joachim had een hoop teksten verzameld en wij improviseerden daar rond. Alles liep door elkaar: het publiek zat overal rondom ons, we spreken toeschouwers rechtstreeks aan en we komen met de drie acteurs echt in alle hoeken van de zaal. We zijn een soort moderne warrior. We hebben veel over sciencefiction gesproken als een soort ‘orgaan’ dat er zich bewust van is dat het publiek en de speler gelijk is aan elkaar, dat zich bewust is van de geschiedenis. Tijdens de repetities hadden we uiteindelijk drie uur materiaal verzameld, eerst een Monty Python-achtig deel en dan een tweede deel vol teksten van game designers en TED-talks. Die laatste setting heeft het gehaald en daaruit is de uiteindelijke tekst en vorm van de voorstelling gekristalliseerd.”

Zijn vertrouwen en verrassing belangrijk voor jou?

“Bij Stef en Joachim, maar ook bij Sarah Moeremans (Nederlandse theatermaakster, nvdr) en mijn eigen clubjes (zoals het vroegere UNM of het huidige Ferdnnd, nvdr) zoek en vind ik dat vertrouwen toch altijd, ja. Ik kan me niets anders meer voorstellen dan te werken met fijne mensen die geloven in een goede afloop. Als de ambitie groot is, wordt er veel mogelijk. Daarnaast hou ik absoluut van de verrassing. Ik kies projecten bewust omwille van hun verscheidenheid. Ik begin al te stuiteren als Stef Lernous nog maar begint te praten over een kafkaiaanse reis naar het binnenste van de aarde anno 3016. Als je zo’n verhaal kunt schrijven, vind ik dat opwindend. En bij Joachim word ik alleen al geprikkeld door zijn gedachten. Van zijn zelfbewuste zoektocht in het theaterlandschap kan ik zeer enthousiast worden. De mix van filosofische taal en spel dat gemakkelijk communiceert met het publiek vind ik interessant. Het onmogelijke in zijn werk trekt me ook vaak over de schreef. Ik hou namelijk erg van de kracht om de dingen anders te bekijken. In goed spelen op zich geloof ik niet zo, ik zou zelfs niet weten wat het is. Tijdens mijn opleiding hoorde ik vaak ‘Zullen we gewoon eens een goed stuk spelen?’. Wel, je kan een goed stuk ook flink verkloten door het niet goed te spelen.”

Wat vind je dan wel goed theater?

“Heel veel verschillende dingen. Ik vind het eigenlijk zelfs het fijnst om tien voorstellingen in een week te zien. Het live gegeven van theater is zo spannend, daar gaat niets boven. Als ik televisie kijk val ik in slaap, maar theatervoorstellingen kunnen er altijd wel tussen. Gelukkig heeft mijn lief (Charlien Adriaenssens, net afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie, nvdr) dat ook. Onze privé en artistieke processen lopen gezond door elkaar. Wij plannen om in de toekomst meer projecten samen te doen.”

Naast al die succesvolle voorstellingen waar je de afgelopen jaren in speelde, wil je blijkbaar toch nog graag een eigen artistiek ei leggen. Zo is er nu ook het gezelschap Ferdnnd, samen met muzikant Mauro Pawlowski en kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven.

“Ja, dat is weer totaal iets anders! Mauro is niet alleen een goede vriend, maar we hebben ook op een rare manier dezelfde smaak en interesse. In de muziekscène wordt heel anders gewerkt dan alles wat ik tot nu toe gedaan heb in het theater. Door de samenwerking met Mauro en Anne-Mie ontdek ik dat het ook op een andere manier kan dan ik gewoon ben. Onze eerste gezamenlijke project Transkamer is eerder een soort happenning, een bizarre wereld of zelfs een sekte geworden. We kunnen stoute fantasieën werkelijkheid laten worden. Kom gewoon langs, zou ik zeggen…” (lacht)

Tags: , , , ,