het Theater Festival
do vr za zo ma di wo
08 09 10 11 12 13 14
15 16 17 18      

2015 – Lisbeth Gruwez en Maarten Van Cauwenberghe — AH/HA

do 10 sep 2015

AH/HA — Voetvolk

“Onze voorstellingen zijn werkwoorden”

Het is half zeven ’s avonds. In de inkomhal van Troubleyn zitten Lisbeth Gruwez en Maarten Van Cauwenberghe in bruinleren Chesterfields bij te komen van een stevige repetitie. “Deze schone zeteltjes komen nog uit een voorstelling van Jan Fabre!” grijnst Maarten. Ze hebben net aan AH/HA gerepeteerd, de tweede voorstelling van Voetvolk die geselecteerd werd voor Het Theaterfestival. “We hebben er vandaag weer op gehamerd dat de dansers niet in een te vaste choreografie mogen gaan denken. De voorstelling moet fris blijven.” — Eva Decaesstecker

© Luc Depreitere

© Luc Depreitere

Lisbeth en Maarten leerden elkaar in 1999 bij Jan Fabre kennen, waar ze een aantal producties samen meemaakten. Zij als danser, hij als muzikant. Ook toen zat de samenwerking al goed. In 2006, wanneer het Fabre-hoofdstuk al een tijdje was afgesloten, richtte Lisbeth het gezelschap Voetvolk op. Lisbeth: “De zakelijk leider die ik in het begin voor Voetvolk had, stierf niet veel later aan een hartaanval, en dus had ik nog iemand nodig om mee te helpen met het administratieve gedeelte. Ik moest al snel aan Maarten denken, omdat hij voor handelsingenieur studeerde.” De samenwerking ging echter veel verder dan enkel een administratieve aanvulling. Lisbeth en Maarten vormden al snel een onafscheidelijk team van beweging en muziek. “Zo hard ik vasthoud aan Maarten en de techniekers, zo veel veranderen de dansers op het podium,” lacht ze.

“Elke voorstelling is anders”

Tijdens de eerste Voetvolk-producties stond Lisbeth nog alleen op het podium. “De samenwerking tussen Maarten en ik is ongelooflijk op elkaar afgestemd. We begrijpen elkaar meteen en kunnen kort op de bal op elkaar inspelen. Onze nieuwste productie, Lisbeth Gruwez dances Bob Dylan, hebben we bijvoorbeeld op drie weken tijd gemaakt, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat we er mentaal niet al langer mee bezig waren.” De voor Het Theaterfestival geselecteerde voorstelling AH/HA is echter wat dichter bevolkt. Op het podium staat Lisbeth met nog vier andere dansers onophoudelijk op en neer te veren. De dansers beginnen als afzonderlijke entiteiten en komen gedurende de voorstelling steeds dichter bij elkaar tot ze een kluwen vormen. Naar het einde van het stuk, wanneer na een nacht dansen de ochtend opnieuw is aangebroken, drijven ze weer uit elkaar. De manier van werken van Lisbeth vraagt een zekere zelfstandigheid van de dansers: “Ik werk nooit met een volledig uitgeschreven choreografie. De dans evolueert mee op scene en is dus nooit twee keer hetzelfde. Op die manier blijft de voorstelling telkens fris en zitten we echt in het moment zelf. We hebben wel uitgetekende hoofdlijnen, maar we beleven de voorstelling iedere keer opnieuw voor het eerst. Telkens maar hetzelfde doen en in herhaling vallen, zegt me niets.” Wanneer ze over haar methodiek vertelt, haalt ze de ‘kwaliteiten’ aan: “Een kwaliteit in dans is een combinatie van een soort beweging, gelinkt aan een gevoel en betekenis van die beweging. Het is een bouwsteentje waarop een scene gecreëerd kan worden. Ik wil in mijn voorstellingen niet zomaar bewegen om te bewegen, zonder invulling. De dans moet een inhoud in zich dragen, waardoor ook het publiek er een betekenis bij kan genereren.”
Wanneer alles vooral vanuit een buikgevoel moet gebeuren en wanneer choreografe en muzikant zo op elkaar ingespeeld zijn, is het betrekken van andere dansers geen evidente keuze. “Het was een uitdaging om een voorstelling met meerdere mensen op het podium te maken,” geeft Lisbeth toe, “je hebt als choreografe minder controle over wat er gebeurt op scene en het is niet altijd even gemakkelijk om ervoor te zorgen dat iedereen op dezelfde lijn zit. In AH/HA sta ik natuurlijk zelf mee op het podium, waardoor ik nog een beetje kan bijsturen tijdens het stuk. Maar dat zoeken is niet meer dan normaal en in het algemeen is alles heel vlot verlopen. We zijn zelfs klaar voor grotere groepen!”

Muziek en dans op hetzelfde niveau

De samenwerking tussen Lisbeth en Maarten is als twee handen op een buik. Ze maken de voorstelling ook effectief met z’n tweeën en staan altijd samen in de repetitiezaal. Maarten achter de geluidsinstallatie en Lisbeth op de planken. Maarten: “De muziek vervult een belangrijke functie in AH/HA. Omdat er geen afgelijnde en uitgeschreven choreografie aan te pas komt, leunen de dansers heel hard op de evolutie van de muziek. Ik geef accenten aan met mijn muziek. Wanneer het einde van een scene nadert, geef ik dat muzikaal aan en luid ik de volgende scene in.” Muziek en dans worden dan ook tegelijk gecreëerd, en staan zo ook heel dicht bij elkaar. Lisbeth begint met haar dansers te bewegen en Maarten speelt hier muzikaal op in. Deze directe betrokkenheid biedt ook de kans om in te spelen op wat er tijdens de repetities gebeurt, vertelt Maarten nog: “Op een gegeven moment waren we aan het repeteren voor AH/HA en stond een van de dansers, Mercedes Dassy, op een krakend stukje van de dansvloer. De dansers waren voortdurend opverende bewegingen aan het maken, waardoor de vloer mee piepte op hun tempo. Ik vond dat geluid zo fantastisch goed bij de voorstelling passen, dat ik Mercedes een half uur lang alleen heb laten dansen op dat specifieke stukje vloer om het geluid op te nemen. Dit gekraak is nu het belangrijkste geluidsmotief van de voorstelling geworden. We hebben eerst overwogen om de voorstelling volledig te laten afspelen op een krakende vloer. Daar hebben we uiteindelijk toch van afgezien, omdat we anders geen controle over het gekraak zouden hebben. Door het in de muziek te verwerken, kan ik er ook meer mee spelen.”

Dansen als oplossing

In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, is AH/HA geen hilarische voorstelling. “Het gebeurt niet vaak, maar wanneer het publiek veel en uitbundig lacht bij deze voorstelling, vinden we dat meestal storend. Het trekt ook de aandacht van de dansers, die daar beïnvloed door worden,” vertelt het Voetvolk-duo. AH/HA is geen komedie dus. De titel verraadt wel het een en ander over de inhoud van de voorstelling. Lisbeth: “Het “AH”-gedeelte van de titel wijst op een uitroep van pijn en staat naast de lach, de “HA”. We vonden het belangrijk om die beide onderdelen naast elkaar te zetten.” De voorstelling maakt deel uit van Lisbeths bredere onderzoek naar de extase, dat ook het onderwerp is in een aantal van de vorige voorstellingen van Voetvolk. Die vervoering voel je nu ook in AH/HA. Het repetitieve en de grote spanningsboog naar een hoogtepunt toe tonen hoe ook de lach een basismotief kan zijn om tot extase te komen. Lisbeth:“De voorstelling gaat niet over lachen op zich, maar vertrekt ervan. Wat doet lachen met een individu? Welke bewegingen maak je bij het lachen? Wat doet lachen met de sociale cohesie van een groep? Maar evenzeer hoe lachen ook kan omkeren tot iets gemeen, waarbij mensen uitgesloten worden. Voor dit onderzoek hebben we onder andere een lachyogi opgezocht, Dr. Anita Calzadilla. We waren nieuwsgierig wat daar uit zou komen en dat bleek heel productief te zijn. Met hem hebben we een week samengewerkt en eigenlijk gaat de voorstelling over die week. Hoe we als groep, waarbij het grootste deel elkaar niet kende, naar elkaar zijn toegegroeid via de lach.”
Haar voorstellingen vertrekken meestal vanuit een problematiek waarmee Lisbeth worstelt. Al dansende vindt ze hier een oplossing voor. “Onze voorstellingen beginnen vanuit werkwoorden. Het zijn actieve zoektochten naar antwoorden op een probleemstelling. Daarbij gaat het vooral om menselijke problemen zoals angsten, ervaringen of pijn,” legt Lisbeth uit. “AH/HA is ook op zo’n problematiek gebouwd, namelijk over het moeilijke contact met anderen. Over alleen zijn, in een groep terechtkomen of eruit gepest worden. Over de lelijke kant van lachen, namelijk het uitlachen. De volgende voorstelling, een duet met Herwig Ilegems, gaat dan weer over de angst. Het is een zoektocht van een man en een vrouw om op hetzelfde niveau te komen, door naar elkaar toe te ademen. Het wordt het laatste deel van het onderzoek naar de extase. Daarna gaan we de rust opzoeken in Thoughts for meditation. Een stilte na de storm. Dat wordt ook weer een voorstelling met veel volk op de planken.”

Het gesprek zou eindeloos kunnen doorgaan. Maarten en Lisbeth vertellen nog over hoe ze It’s going to get worse… speelden voor de toenmalige Koning Albert en Koningin Paola (zie Verrijzenis #7 van de Zendelingen) over hun liefde voor groene tapijten en over nostalgisch pintjes drinken terwijl ze plaatjes van Bob Dylan draaiden. Maar de avond valt en de honger begint te knagen. Samen met Evelyne die er na haar interview met de dansers van Voetvolk (zie de dagkrant van morgen, nvdr) nog even is komen bijzitten, nemen we afscheid.

Tags: , , ,