het Theater Festival
do vr za zo ma di wo
08 09 10 11 12 13 14
15 16 17 18      

2015 – Ans Van den Eede en Wannes Gyselinck

do 10 sep 2015

Het Weiss-effect — Hof van Eede

 “We creëren een verhevigde werkelijkheid waarin we ons thuisvoelen”

Ans Van den Eede en Wannes Gyselinck wachten ons op in een authentieke koffiebar in Gent om te praten over Het Weiss-effect. Wannes is de dramaturg, terwijl Ans samen met Greg Timmermans en Pieter-Jan De Wyngaert in deze voorstelling over de magnetiserende kunstenaar Edgard Weiss speelt. — Katrien Van Bael en Bart Van Gyseghem

c_winnelievens4

© Winne Lievens

Wat waren de eerste aanzetten voor Het Weiss-effect?

Ans Van den Eede: “We zijn aan Het Weiss-effect begonnen vanuit een dubbel spoor. Mijn zus Louise is heel erg bezig met intertekstualiteit en was het boek The anxiety of influence tegengekomen van Harold Bloom. Daarnaast moest ik voor mijn masteropleiding mijn invloeden en inspiratiebronnen oplijsten. Terwijl ik zodoende mijn eigen kunstgeschiedenis aan het uitschrijven was, kwam ik in een totale crisis terecht. Als ik de som ben van al mijn invloeden, wie ben ik dan nog echt? Wat sta ik hier dan als theatermaker te doen? Dat was zeer confronterend voor mij. Toen Wannes kwam aanzetten met hetzelfde boek van Harold Bloom, wisten we dat we ermee aan de slag moesten.”

Wannes Gyselinck: “Bloom is een beroemde literatuurwetenschapper die het concept van angst voor beïnvloeding heeft uitgedacht: uit schrik probeer je zo ver weg te gaan van je invloed, dat je toch beïnvloed wordt. Je kan er niet aan ontkomen. Ibsen probeerde zo hard om niet op Shakespeare te lijken, waardoor hij uiteindelijk door en door Shakespeariaans was. Als kunstenaar verlang je ernaar om origineel te zijn, maar tegelijk worstel je met de traditie die je niet kan ontkennen.”

Hof van Eede wordt vaak vergeleken met Cie De Koe, onder andere omwille van de familiebanden. Frustreert jullie dat?

Ans: “Onze eerste voorstelling voelde heel erg ‘van ons’, was zeer persoonlijk, al merkten we dat we onszelf af en toe censureerden als het te ‘De Koe’ werd. En toch werd de vergelijking voortdurend gemaakt. Dat was aanvankelijk frustrerend, maar nu zijn we daar klaar mee denk ik. Twee jaar geleden hebben we onze State of the Youth gebracht als een pleidooi om die invloeden te omhelzen en juist door die omhelzing authentiek te worden. De worsteling die wij hebben met ons DNA hebben alle jonge makers eigenlijk: hoe kan je een eigen stem ontwikkelen door je ten opzichte van de traditie te verhouden?”

Wannes: “We moeten daar niet krampachtig over doen, maar de grond waarin we staan blijven onderzoeken. Ik vind het ook raar om nu nog af te komen met een originaliteitseis op vlak van thematiek en esthetiek. Dat kan je aan niemand meer vragen. Daarover gaat het Weiss-effect eigenlijk, over dat spanningsveld: ofwel ben je zo origineel dat wat je zegt volstrekt onverstaanbaar is voor anderen. Ofwel tracht je alle invloeden te omhelzen waardoor je persoonlijkheid oplost. Een kunstenaar moet altijd zijn eigen positie vinden tussen die twee onmogelijke polen.”

Ans: “Alles komt voort uit iets anders: zelfs tradities die willen breken met vorige tradities zetten een nieuwe traditie in gang of houden ze juist in stand. Dat merken we ook in ons eigen werk. Elke voorstelling is een antwoord op een vraag, maar roept telkens weer nieuwe vragen op.”

Wannes: “En wat we lezen sijpelt ook voortdurend onze teksten binnen. In Het Weiss-effect zitten er soms echt letterlijk zinnen van Borges of Pessoa, die we er schaamteloos ingooien in de hoop dat we ze zo toch een beetje doorgeven, ook al is het dan anoniem. En omgekeerd leggen we ook Pessoa woorden in de mond die hij nooit heeft geschreven. Er zit ook een gedichtje van Louise in van toen ze klein was.”

Samen: “Er staat een boom in de tuin en ik ben er ook.” (lachen)

‘Willen we verhalen die waar zijn, of is het genoeg als ze mooi zijn?’ staat op jullie website te lezen. Hebben jullie daar al een antwoord op gevonden?

Ans: “Die vraag stellen we onszelf bij iedere voorstelling, maar we willen daar eigenlijk geen antwoord op geven. Het Weiss-effect is een ode aan de fictie geworden. Drie mensen verbinden zich in een gedeelde fantasie voor de kunstenaar Edgard Weiss als geneesmiddel voor hun eenzaamheid.”

Wannes: “Het Weiss-effect is onze meest melancholische, maar tegelijk ook onze meest oprecht verbindende voorstelling. Als je met genoeg mensen in iets fictiefs gelooft, krijgt dat geloof, hoe fictief ook, toch een reële werking. In Het Weiss-effect klampen de personages zich vast aan de kunst om de werkelijkheid te herbetoveren, als een vorm van troost.”

Welke visie of dramaturgie hebben jullie met Hof van Eede ontwikkeld?

Ans: “Ik geloof heel hard in wat Milan Kundera ooit schreef: ‘De ernst van de vraagstelling combineren met de lichtheid van de vorm.’ Met Hof van Eede onderzoeken we telkens grondig de thematiek van een voorstelling, maar deze verpakken we vervolgens in een uiterste lichtheid qua vorm en spel. Daarbij vinden we het belangrijk om constant in dialoog te gaan met de toeschouwers. We geven ook geen antwoorden, dat laten we over aan het publiek.”

Wannes: “Milan Kundera was eigenlijk ook een componist. Zijn boeken zijn nooit gewoon verhaaltjes, ze zijn sterk muzikaal. Dat soort dramaturgie willen we ook in de voorstellingen stoppen: via de omweg aankomen bij wat we willen zeggen. Ons creatieproces bestaat grotendeels uit schrijven en herschrijven, vaak totaal onsamenhangende fragmenten, zonder enig idee wat het uiteindelijk gaat worden. We herschrijven elkaars teksten, waardoor het gaandeweg muteert tot iets beters. Het maken van keuzes stellen we liefst zo lang mogelijk uit. Pas in de laatste weken leggen we die ‘stoverij’ samen en bekijken we wie de personages zijn en welk skelet we er kunnen onder schuiven. Daarbij proberen we de sporen van de dramaturgische constructie uit te wissen.”

Vormen jullie voorstellingen Waar het met de wereld naartoe gaat, daar gaan wij naartoe; Dorstig en Het Weiss-Effect een soort drieluik?

Ans: “Dat is eerder toevallig: het uitgangspunt voor een stuk ontstaat door iets wat we lezen of door een anekdote die passeert. Het was pas toen we onze derde voorstelling aan het voorbereiden waren dat we inzagen dat dit een soort van sluitstuk kon zijn. Wij hadden zeker geen doordacht theoretisch plan op voorhand. Wannes en Louise zijn ook geen theaterwetenschappers, dus alles gebeurt echt organisch. Dat is onze kracht en daardoor zullen we ook nooit het gevoel hebben van ‘we zijn er’. En dat is goed.”

Wannes: “De arena van Hof van Eede is soms ook een bloedbad. Het is niet evident om verbeelding te creëren met drie makers die elk een eigen stem hebben. Eens het er is, hebben we wel het gevoel dat we een stukje verheven werkelijkheid hebben, waarin wij ons thuis voelen en in het beste geval ook het publiek dat doet.”

Merken jullie zelf een evolutie bij iedere nieuwe voorstelling?

Ans: “Wannes is er pas sinds Het Weiss-effect officieel bijgekomen, al had hij wel meegeschreven aan The State of the Youth. Hij volgt nu het proces vanaf het begin en schrijft mee. Dat is een grote meerwaarde. Daarvoor hadden we geen dramaturg en ik vind dat je die evolutie wel voelt. Ook als speler heb ik al gigantisch veel bijgeleerd. In onze voorstellingen weet je nooit hoe de dialoog met het publiek gaat zijn. Dat bracht vroeger stress met zich mee, waardoor ik veel begon na te denken. Toen ik op een dieptepunt zat, gaf mijn vader (Peter Van den Eede, nvdr) me de beste les die hij me kon geven: ‘Smijt het vanavond eens een keer gewoon weg, veeg er uw voeten eens aan!’. Ik heb dat gedaan en ik speelde beter dan ooit. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik nu mijn best niet doe. Het gaat over een bepaalde ontspannenheid en een gevoel van vrijheid die je moet hebben wanneer je speelt. Zaken die fout lopen, zijn niet problematisch, maar een kans. Door de realiteit van het publiek telkens mee te nemen in je spel, wordt dat spel, en dus ook de fictie, echter.”

In jullie State of the Youth hadden jullie het over getallen, quota’s, tabellen,… Hoe ervaren jullie de besparingen?

Ans: “Wij kiezen ondanks het risico bewust voor projectsubsidies, omdat we projectmatig willen werken. Het is ook een signaal: projectmatig werken is evenwaardig aan een structurele werking. Wij hebben evenveel bestaansrecht. Het wordt jonge makers en individuele kunstenaars nu op allerlei manieren moeilijk gemaakt. Er is een soort van vertrouwensbreuk. Je verwacht dat een Minister van Cultuur zich engageert, los van de uitspraak dat iedereen moet besparen. Dat weet onze sector bij uitstek, en we zijn daar nu al gigantisch flexibel in geworden. De Minister heeft de neiging onze grieven te herleiden tot een ‘vraag om meer geld’ maar daarmee bewijst hij noch zichzelf noch de sector een dienst. Een Minister van Cultuur moet zijn sector verdedigen, en dat doet hij niet door van ons genuanceerd verhaal een karikatuur te maken waarmee hij toch vooral zijn liberaal electoraat lijkt te willen bedienen. Wat wij vragen is een beleid dat betrouwbaar is, zodat we ook als kleine of middelgrote speler een toekomst kunnen uitbouwen.”

What’s in a name? — Hof van Eede

Wannes Gyselinck zegt terecht dat deze vraag stellen een open deur intrappen is. Ans Van den Eede verrast toch door te vertellen dat ze Eden ook een mooie meisjesnaam vindt, maar dat ze haar dochter nooit zo zou kunnen noemen. Ans: “Eden Van den Eede kan je een kind niet aandoen. Tenzij het Eden Gyselinck is natuurlijk”, knipoogt ze naar haar lief Wannes. En dan is er ook het verhaal van een hof in Hofstade, waar het ouderlijk huis van de zusjes Van den Eede staat. “Het is ook effectief een paradijs,” zegt Wannes. “En het was ooit het affichebeeld van onze eerste voorstelling,” neemt Ans over. “Dat stukje tuin heet nu ook echt Hof van Eede. Het is een vrijplaats om te spelen en te aperitieven.”

Tags: , , , ,