Jan Goossens (KVS) en Don Verboven (Het Theaterfestival) wisselen van 'Gedacht' in De Morgen...

Jan Goossens (KVS) en Don Verboven (Het Theaterfestival) wisselen van 'Gedacht' in De Morgen...

Jan Goossens (KVS) en Don Verboven (Het Theaterfestival) wisselen van  'Gedacht'   in De Morgen...
Bericht van : 09/06/2010

Jan Goossens in De Gedachte in De Morgen op 27 mei 2010

Theaterfestival als zelfbediening

Jan Goossens vindt dat zomerfestival niet-ingewijden in kou laat staan. Het Theaterfestival, dat jaarlijks plaatsvindt aan het eind van de zomer, geldt als een eerste hoogtepunt van het culturele seizoen. Maar de vorige week bekendgemaakte selectie van voorstellingen zorgt voor controverse. 'Met deze selectie investeert de sector vooral in zichzelf', vindt Jan Goossens. Jan Goossens is artistiek leider van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) in Brussel.

 Als jonge recensenten ons aanpraten dat de selectie van het Theaterfestival breed is, dan wil ik hen graag geloven, maar ik vrees dat ze zichzelf en onze kleine sector als norm hanteren. Voor de bredere samenleving biedt ze bitter weinig aanknopingspunten  De zure reacties op de selectie voor het Theaterfestival 2010 maakten een sereen debat meteen onmogelijk. Respectabele heren op leeftijd zoals Guido Lauwaert en Johan Thielemans lanceerden als ware orakels meteen hun banbliksems. Volgens Lauwaert ontbrak het de jury aan datgene wat ook in zijn recensies ten enenmale afwezig is: stijl en klasse. De selectie deed hij subtiel af als "groot huisvuil", het juryrapport klasseerde hij genuanceerd als "zever" en een belediging voor het Toneelhuis en NT Gent. Thielemans was onredelijk hard en parafraseerde het jurydevies als volgt: "Verstand op nul, en performance kijken." Verder was de theaterliefhebber in hem teleurgesteld, maar vond hij een repertoirevoorstelling als Bakhai weer "typisch Jan Decorte". Lieven Vandenhaute deed er een schep bovenop: goed dat festivalcoördinator Don Verboven ermee ophoudt.

Niet dat er bij de selectie geen kanttekeningen mogelijk zijn. Maar Lauwaert komt niet verder dan goedkope minachting, terwijl van Thielemans meer openheid mocht verwacht. Ook in de analyse schieten ze tekort. Het probleem van het Theaterfestival is niet dat het geen showcase is voor de stadstheaters. En de performance is een wezenlijk deel van het landschap. Ten slotte: lost het iets op dat beide heren opsommen welke voorstellingen er wel in de selectie moesten zitten? Allebei hadden ze jarenlang de kans om hun stempel op het theaterlandschap te drukken. Andere tijden en artistieke praktijken, nieuwe keuzes.
Er vallen goede dingen te zeggen over de selectie 2010. Belangrijke tendenzen worden bestendigd: alweer bevat de selectie niet enkel monstres sacrés en is ze even multidisciplinair als de praktijk van vele hedendaagse artiesten. Eindelijk sluipt het multiculturele karakter van ons landschap binnen. Daarnaast zijn vele artiesten er terecht bij: Wunderbaum is klaar voor een doorbraak naar het grote publiek, Springville van Miet Warlop is een pareltje voor iedereen, Joost Vandecasteele een belangrijke coming man. Naar het werk dat ik niet zag, ben ik als programmator nieuwsgierig.
 
Maar er kunnen kritische opmerkingen worden gemaakt. Over de fundamentele missie van het Theaterfestival. Over de nadelen van de huidige juryformule. Over verantwoordelijkheid en generositeit.
 
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat er over de missie van het festival de voorbije jaren op exclusieve manier is nagedacht. Door een festivalcoördinatie en jury's die zich geen moeite spaarden om nieuwe ontwikkelingen in het landschap toegewijd te volgen. En die andere bekommernissen grotendeels tussen haakjes plaatsten. Of meenden dat ze in tegenspraak zouden zijn met een festival dat de vinger aan de pols van de sector houdt. Zo kom je in de zinloze tegenstelling terecht tussen een festival met een consequent artistiek profiel enerzijds en een publieksfestival anderzijds, alsof die elkaar uitsluiten. Moet zeker het Theaterfestival niet proberen om al die bekommernissen samen te nemen - straf werk voor vele publieken - in één doordachte missie die artistiek, maar ook een stukje maatschappelijk is? Het Theaterfestival zou als voornaamste verantwoordelijkheid kunnen hebben dat de sector telkens terugkoppelt naar de bredere samenleving en met haar deelt wat echt de moeite waard was. En vooral probeert om voor dat sterke werk nieuwe publieken te vinden. Het zou de plek bij uitstek kunnen zijn waar de sector investeert in de verbreding van een maatschappelijk draagvlak dat cruciaal is nu overheidssubsidies voor de kunsten zwaar onder druk staan. Met deze selectie investeert de sector echter vooral in zichzelf: dit is een nicheprogrammatie waarmee we onszelf bedienen, voor relatief kleine, gespecialiseerde publieken dus.
 
Bovendien wordt er zelfs naar wat vernieuwend is met een welbepaalde bril gekeken, binnen onuitgesproken kaders die bepaalde artiesten uitsluiten. Chapeau dat je Vandecasteele selecteert, maar geef me eens één argument waarom Wim Helsen er nog nooit bij was. Als er ruimte is voor performance en kindertheater, waarom dan niet voor echt goed sociocultureel werk? Prima dat je insisteert op de pertinentie van Jan Decorte, maar zijn er geen andere 'groten' die dat ook verdienen? Of mag Guy Cassiers er niet meer bij, omdat hij ondertussen in de Scala van Milaan werkt en iedereen in Vlaanderen zijn werk dus moet kennen? Gaat een gezelschap als Peeping Tom niet avontuurlijk om met een aantal artistieke uitdagingen, terwijl het daar ook een groot publiek mee bereikt? Kan een festival het zich blijven veroorloven succesvoorstellingen over te slaan die artistiek overtuigend zijn en ook buiten de sector naam verwerven, zoals Martens, Massis de musical, Mefisto 4ever of Missie? Is dat de generositeit die het Theaterfestival betuigt aan artiesten die kwaliteit brengen én nieuwe toeschouwers naar onze zalen halen?
 
Iedereen curator: dat lijkt het motto van het Theaterfestival. Kleine, onevenwichtige jury's komen tot zeer individualistische keuzes. Twee vragen werken op elkaar in: wat gebeurt er in een welbepaald deel van de artistieke voorhoede en wat spreekt mij als individueel jurylid daarin het meest aan? Een fundamentelere missie, een bredere context zijn van ondergeschikt belang. Zo kom je tot het bevreemdende resultaat dat het Theaterfestival een idiosyncratischere en soms hermetischere keuze maakt dan de meeste kunstencentra of het Kunstenfestivaldesarts.
 
Kortom, als jonge recensenten ons aanpraten dat deze selectie breed is, dan wil ik hen graag geloven, maar ik vrees dat ze zichzelf en onze kleine sector als norm hanteren. Voor de bredere samenleving, in principe best wel open om ons een eind te volgen, biedt ze bitter weinig aanknopingspunten. Dat zal je met een uitgekiende communicatie niet veranderen. Toeschouwers identificeren zich met artiesten of met inhouden die hen aanspreken, niet met een curator, een jury of een festival.
 
Onze sector heeft inderdaad plekken nodig die ondersteuning en een podium bieden aan onze broodnodige avant-garde. Velen doen dat met verve: Kaaitheater, Vooruit, Monty, Buda, of een festival als het KFDA. Maar hét Theaterfestival moet ook andere ambities hebben: de ontsluiting van werk dat voor ons specialisten ondertussen vanzelfsprekend is, maar voor 90 procent van alle Vlamingen onbekend blijft. Deze selectie ontsluit werk voor de sector zelf, amper voor een publiek van niet-specialisten. Zoals loutere publieksfestivals problematisch zijn, geldt hetzelfde voor sectorfestivals. Het moet geen best of zijn voor alleen maar niet-specialisten, maar evenmin een in zichzelf gekeerd feestje. Hoewel als festivalleider Don Verboven verdiensten heeft, is zijn vertrek het moment om over de missie van het festival te debatteren. Als het business as usual wordt, met een nieuwe coördinator die willekeurig 'zijn' jury aanstelt, dan zal het festival op steeds meer kritiek van zure, oude heren stoten. Tant pis, inderdaad. Maar wat veel erger is: buiten de sector zal niemand er nog een moer om geven.

 


Don Verboven antwoordt in De Gedachte in De Morgen op 1 juni 2010

Het Theaterfestival is géén niche... 


Weinig andere organisaties in het kunstenveld worden zo met argusogen gevolgd als Het Theaterfestival. Omdat er ‘gekozen’ wordt, maar vooral omdat we een spiegelfunctie bekleden voor de podiumkunsten.  Iedereen voelt zich op de één of andere manier betrokken. Perfect! Maar soms neemt die betrokkenheid een vreemde vlucht.

De afgelopen vier edities werd de Keuze (juryselectie van voorstellingen uit Vlaanderen en Nederland) gemaakt door een jaarlijks wisselende driekoppige jury. Festivalcoördinator Don Verboven peilde bij de gewezen jury’s naar hun reacties op het artikel ‘Theaterfestival als zelfbediening’ (DM/27mei) van Jan Goossens.

Wat betreft de kritieken van Johan Thielemans (recensent Radio 1) en Guido Lauwaert (opiniestuk Knack) kunnen we  kort zijn. Thielemans stelt teleur door zijn afgesloten blik. En installeert een misverstand door het begrip ‘niche’ te reduceren tot dat wat niet van de  stadstheaters komt. Aan de schrijfsels van Lauwaert besteden we op dit moment exact vijftien woorden teveel aandacht.

Het artikel van Jan Goossens richt zich tot  Het Theaterfestival, maar is eigenlijk een oproep tot een groter debat met een gedeelde verantwoordelijkheid. Namelijk wat de functie van de ruime kunstensector op dit moment is. Een debat waarvoor Het Theaterfestival graag een hefboom is.

Laat ons nog eens helder uitleggen waarom voorstellingen gekozen worden. Het zijn projecten die omwille van hun artistieke kwaliteiten bakens verzetten. Wat die bakens zijn, wordt in het juryrapport verantwoord. Heel wat publiek (sector en niet-sector) die deze voorstellingen zagen, zullen dit beamen. En daar knelt ook  meteen het schoentje. Heel wat mensen die zich in grote woorden uitlaten over de Keuze hebben vaak de voorstellingen niet gezien. Het Theaterfestival maakt geen staalkaart op basis van grote/kleine zaal, structureel/niet-structureel gesubsidieerd, bekend/onbekend.

In het artikel lijkt het alsof alle succesvolle makers geweerd worden uit de Keuze. Een gebrek aan generositeit heet het, met een niche programma (maakt Goossens niet dezelfde fout als Thielemans?) als gevolg. Maar is het niet genereuzer om tegen publiek en makers consequent en eerlijk te zijn? Er wordt vaak vergeten dat in de recente edities Ivo Van Hove, Johan Simons, Peeping Tom, Arne Sierens, Jan Decorte en een heleboel andere grote namen wel gekozen werden. Waarom? Niet omdat ze een succesvoorstelling maakten,  wel omdat ze een project afleverden waarmee ze dat seizoen bakens hebben verzet. Precies deze voorstellingen willen we elk jaar delen met een zo breed mogelijk publiek. Het zou niet relevant zijn om a priori alle succesvolle makers te kiezen. Dan kunnen we beter de jaarbrochures open slaan en op voorhand  aankruisen wat de Keuze zal worden. Boeiend is anders, en net zo zou het festival  verzanden in een sectorbevestigende polonaise.  Waarom zouden voorstellingen die heel wat aandacht genereren, dus herkenbaarder voor het grote publiek, meer kansen krijgen om in de Keuze te staan? Het festival maakt ook plaats voor projecten die een groter publiek verdienen en zo kunnen doorstromen.

Goossens dicht het festival veel verantwoordelijkheid toe. Alsof we de enige speler zijn die de podiumkunsten tot bij het brede publiek kan krijgen Mocht dat zo zijn, schort er dan niks bij àlle gezelschappen, àlle culturele centra en àlle festivals? Is die doorstroming nu net niet de gedeelde verantwoordelijkheid? In die zin is Het Theaterfestival een oproep van de juryleden om zoveel mogelijk interactie, doorstroming en uitwisseling te ontwikkelen in de podiumkunsten, zonder daarbij iemand of iets uit te sluiten. Daarom ook onze keuze om het Nederlandse veld volwaardig te volgen.

Nog scherper geformuleerd is de vraag om een plek bij uitstek te zijn waar de sector investeert in de verbreding van een maatschappelijk draagvlak, nu de subsidies onder druk staan. Het festival werkt zeker aan een verbreding van dat draagvlak, maar dan niet met het bekomen van subsidies als drijfveer.
Wij nemen onze verantwoordelijkheid. Mochten we de afgelopen jaren duizenden bezoekers verloren hebben, dan zou het artikel inderdaad op het juiste moment de kat de bel hebben aangebonden. Maar ons publiek groeit gestaag (gemiddeld 5% meer bezoekers).

In het artikel wordt ook vaak over missing link met de bredere samenleving of maatschappelijk draagvlak gesproken.  Waarom werden ‘Win een auto’, ‘Snorro’, ‘U bevindt zich hier’, ‘Wild Boys’, ‘Eet smakelijk’, ‘Lava – een bodemonderzoek’, en zoveel andere voorstellingen dan gekozen? Omdat deze voorstellingen nu net wel aan die bredere samenleving appelleren. ‘Win een auto’ lokte een breed publiek (en niet alleen reguliere theaterbezoekers!) naar een locatie en dompelde ze onder in een geëngageerd stuk, ‘Snorro’ kan een hele familie inpalmen met een onvoorstelbare creativiteit… Als we deze projecten als niche gaan bestempelen hollen we onze huidige podiumkunstenpraktijk compleet uit.

Het Theaterfestival kan alleen blijven boeien als het in een actuele context mag evolueren.